De Vrije Universiteit na Kuyper - pagina 251
De Vrije Universiteit van 1905 tot 1955, een halve eeuw geestesgeschiedenis van een civitas academica.
"de menschelijke natuur" door de uitdrukking "hem, die, ontvangen uit
den Heiligen Geest en geboren uit de maagd Maria, de tweede Adam
is", ziet de faculteit als eene afbuiging van de lijn, die sedert het
concilie van Chalcedon (451) door de overgroote meerderheid der
belijdende Christenheid gevolgd wordt, in eene richting die aan de door
dat concilie verworpen dwaling van Nestorius herinnert. En dat de
vervanging, waartegen zich het bezwaar der faculteit richt, niet
onwillekeurig, maar opzettelijk is geschied, bewijst wel de uitlating in de
Aanteekeningen, blz. 16 aant. 188, waar de consequentie, door de
Gereformeerde dogmatiek uit de bovenaangehaalde belijdenis eene
onpersoonlijke menschelijke natuur werd aangenomen, feitelijk bestreden
wordt. Prof. Vollenhoven schrijft daar van den term "anhypostatisch"
(onpersoonlijk), waaraan hij uitsluitend de betekenis wil toekennen van:
niet een Goddelijke Persoon hebbend: "Tegenwoordig wendt men hem
óók wel in 't nominalistische kamp aan: de menschelijke natuur van den
Middelaar zou niet on-Persoonlijk, maar on-persoonlijk zijn! Vat men
de uitdrukking zóó op, dan is ze monophysitisch en dus te verwerpen".
De faculteit heeft getracht de gedachten van Prof. Vollenhoven
waartegen zij confessioneel bezwaar heeft, zoo concreet mogelijk aan te
geven, en vertrouwt daarmede aan het verzoek van Uw geëerd college
te hebben voldaan.
Namens de Theologische faculteit
(get.) D. Nauta, h.t. decanus,
(get.) G.Ch. Aalders, h.t. ab-actis.
De verwijzing van de twistzaak door Curatoren naar de professo-
renkring had dus niet geholpen. Men was wel een keer bij elkaar
gekomen, maar toen de faculteit zich als zodanig tot Curatoren met
beschuldigingen wendde, meende Anema dat hij geen taak had om
de heren nogmaals bijeen te roepen. De faculteit had zich niet
neergelegd bij het beleid van Directeuren en Curatoren om de zaak
onderling op te lossen.
Voor ik nu verder ga met de behandeling door Curatoren van
deze aanklacht in het volgende jaar, 1939, moet eerst verteld
worden hoe het verder ging in de onderzoeks-commissie van de
synode in 1938. In die commissie zat Vollenhoven immers met zijn
theologische collega's Aalders en Hepp. Hij kon alleen steun
verwachten van de leden Greijdanus en Schilder, want de
predikanten die lid waren, hielden zich aan de oude opvattingen.
Greijdanus was tegen zijn zin hd van de commissie geworden.
Hij hield zich ook aan de oude opvattingen, maar hij was tegen
behandeling van zaken door een synode zonder een concrete
245
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's