De Vrije Universiteit na Kuyper - pagina 107
De Vrije Universiteit van 1905 tot 1955, een halve eeuw geestesgeschiedenis van een civitas academica.
Zelfs onze hoogleeraren, en we hebben er langzamerhand een heel
bosje, zijn zoo goed als allen uit den boerenstand of den kleinen
burgerstand of uit onbemiddelde predikantsgezinnen voortgekomen. Dat
er onder hen zelfs maar één is, die zich op grond van zijn meerdere
kennis zou verheven achten boven ons gewone volk, is eenvoudig te
dwaas om over te praten.
Eén van deze hoogleraren, J. Ridderbos te Kampen, recenseerde in
het G.T.T. de brochure van Anema. Hij was het niet met de
analyse van Anema eens: 'Ik geloof, dat, vooral na eene periode
van geestelijken bloei het gevaar voor inzinking accuut is, en dat de
bewijzen daarvan onder ons ook wel degehjk worden gevonden.'
'Over het geheel schijnt mij het betoog een weefsel, waarvan ik zou
zeggen: de schering is deugdehjk en goed, maar de inslag, die er
doorheengeweven wordt, is van minder goede kwaliteit en voelt hier
en daar wat relativistisch aan. Daarom kan ik tot mijn spijt niet
zeggen, dat ik in "Onze tijd en onze roeping" het woord begroet,
waarvan wij voor het verstaan van onze roeping in onzen tijd
behoefte hadden.'
Ridderbos, de VU-leerling te Kampen, zou vaker de touwtjes
strak trekken als hij verslapping in de trouw aan het beginsel
vreesde.
Idenburg en CoUjn waren de pohtieke erfgenamen van Kuyper en
Bavinck. Samen met Anema en J.A de Wüde, A. Zijlstra en J.
Schouten hadden ze begin 1920 als interimredactie-commissie de
journalistieke leiding van De Standaard van Kuyper overgenomen.
Idenburg vond zichzelf niet gezond genoeg om de leiding van
Kuyper over te nemen. Colijn woonde als 'Managing Director van
de Asiatic Petroleum Co Ltd.' te Londen. Hij werd desondanks tot
voorzitter van de Anti-Revolutionaire Partij gekozen, en toen moest
hij kiezen tussen een toekomst in de internationale industrie, de
hoge functie van Gouverneur-Generaal van Nederlands Oost-Indië
en een ongewisse functie in de Nederlandse politiek. Colijn koos
voor dat laatste, maar in verband met zijn verplichtingen legde hij
pas eind 1922 zijn functie als directeur van de 'Koninklijke' neer.
Op 1 april 1922, precies een halve eeuw na het verschijnen van het
eerste nummer, trad Colijn als hoofdredacteur van De Standaard op.
In die zomer werd hij ook directeur van de Vrije Universiteit.
103
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's