De Vrije Universiteit na Kuyper - pagina 315
De Vrije Universiteit van 1905 tot 1955, een halve eeuw geestesgeschiedenis van een civitas academica.
argument, zou dat m.i. alles veranderen. Ec geloof, dat hij zich
gebonden heeft. Je weet, geloof ik, dat hij destijds op de commissie
zei: ik zou zoo denken: de volgende synode. Toen evenwel in de
synode zelf Berkouwer kwam met de gedachte: zoo spoedig
mogelijk, heeft hij daaraan meegeholpen, evenals Dijk, die eerst tot
mij gezegd had: het zou een schandaal zijn, als ze het deden terwijl
je niet kunt schrijven. Ik vind al die dingen vreemd en voel me niet
thuis bij zulk gedraai zonder nadere opheldering.'
Aan ds. J.H. Rietberg, redacteur van De Wachter, dr. R. Schip-
pers, redacteur van Pro Ecclesia en Vollenhoven schreef Schilder op
1 januari 1942 een brief, waarin hij hun vroeg over zijn bezwaren
tegen de behandeling der meningsgeschillen in oorlogstijd te willen
publiceren. Omdat in openbare zittingen de beschuldigingen waren
geuit, was openbare behandehng een zaak van recht. Ook kon men
met de behandehng niet doorgaan als één der beschuldigden geen
vrijheid genoot zich pubhek te verdedigen. Tevens stelde hij dat,
indien het de bedoeling was de volgende synode niet in 1942 maar
in 1943 samen te roepen, de afgevaardigden van 1939 geen recht
hadden om zelf hun mandaat willekeurig te verlengen.
Uit de briefconcepten en aantekeningen voor vergaderingen in
zijn archief maak ik op, dat Vollenhoven vanaf die brief van
Schilder de leiding van de oppositie op zich nam om al te
roekeloos optreden te voorkomen. Hij was als niet-theoloog minder
kwetsbaar en hij vreesde impulsieve en onberaden stappen van
Schilder. Hij vroeg volgens de aantekenbrie^es in het archief-
VoUenhoven, detail-informatie. Hij analyseerde nauwkeurig en
kwam telkens met overwogen voorstellen. Schilder moest volgens
Vollenhoven zijn schrijfverbod niet gebruiken om een hem gunstige
besHssing af te dwingen. Hij was tenslotte slechts adviseur van de
synode. Hij was bevoegd om zijn advies te weigeren, maar de
synode had het recht om zonder dat advies door te gaan.
Vollenhoven vond dat Schilder wel recht had om verdere medewer-
king te weigeren, maar dat het niet verstandig was om niet mee te
doen. Vollenhoven wilde invloed behouden, terwijl Schilder vrij
wilde zijn om eventuele besluiten later te bestrijden.
Het ging om de kerken, die deze synode vermoedelijk meer dan
beu waren, oordeelde Vollenhoven. Tegen een besluit tot
zelfcontinuering moesten de kerken zich uit alle macht verzetten, en
de particuhere synodes moesten alvast nieuwe afgevaardigden
kiezen. 'Typen als Van Es hebben dan tenminste geen kans meer.'
309
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's