De Vrije Universiteit na Kuyper - pagina 215
De Vrije Universiteit van 1905 tot 1955, een halve eeuw geestesgeschiedenis van een civitas academica.
kritiek van Schilder op de oecumenische richting in de wat
verburgerlijkte kerken en op de conservatieve leiders vond
weerklank, omdat die kritiek gepaard ging met een roep om het
gereformeerde geloof en ook de erfenis van Abraham Kuyper te
bewaren.
Maar hoe was de reactie van de kerkelijke leiders, en dan
vooral van de VU-theologen, de invloedrijke leden van de
belangrijkste faculteit met de meeste studenten? VoUenhoven
noemde hen vaak de 'Heeren' en dan bedoelde hij met name H.H.
Kuyper, F.W. Grosheide, V. Hepp en G.Ch. Aalders, de vier heren
waarbij J. Waterink zich gaarne aansloot.
In een brief aan Janse van 3 januari 1936 schreef VoUenhoven
over die reacties naar aanleiding van de oprichting van de nieuwe
vereniging:
Aan de V.U. in proffenhing boosheid, onder studenten - goeddeels -
blijdschap, 't Eerste erg jammer. Men voelt zich gepasseerd, al geeft men
toe, dat men 't met de grondslag niet eens is. Men had breeder basis
gewild - dus een discussievereeniging. Zoo wordt men geïsoleerd onder de
collega's. Tegenover 't volk zal men niet veel doen: men kan samen toch
moeilijk iets anders oprichten. Want zooveel hoofden, zooveel zinnen
ginds!
Op 14 januari meldde VoUenhoven dat hij een gewichtige conferen-
tie had gehad, en dat de 'Heeren' op de terugtocht waren. Maar op
20 januari volgde het bericht:
Er staat hier nl. op 't oogenblik een geweldige spanning. De 'Heeren' gaan
begrijpen dat ze 't wel eens verliezen konden, trekken terug maar zijn nog
niet aan de nieuwe situatie gewend. Dus dubbel oppassen de boodschap.
Vreeselijk toch in een kring die vooraan moest gaan. Maar ja, voor hen
staat alles op 't spel. Terwijl onzerzijds de tijd mee werkt; èn door 't
openbaar worden der geesten in de N.S.B, èn door 't wennen aan 'nieuwe'
oplossingen.
H.H. Kuyper zag het als zijn roeping om het levenswerk van zijn
vader, en dan met name de VU, de theologie van Abraham Kuyper
en De Heraut, in stand te houden. Hepp oordeelde dat de
dogmatiek leidiag moest geven aan de bijbeluitleg, het geloofsleven
en de christelijke wetenschappen. Aalders en Grosheide waren de
exegeten van het Oude en Nieuwe Testament, die de heiligheid en
209
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's