Dr. Abraham Kuyper en de Vrije Universiteit - pagina 299
gen gebruik en de Katholieke Economische Hogeschool te Tilburg.
De Hoger-Onderwijswet van Kuyper had daardoor grote betekenis
voor de ontwikkeling van de wetenschap in Nederland tussen 1905 en
1960.
Het kabinet-Kuyper bestond uit drie katholieke en vier anti-
revolutionaire ministers. In de Tweede Kamer zaten 25 katholieken en
24 anti-revolutionairen, behalve de zeven vrij-anti-revolutionaire volge-
lingen van Lohman, één christelijk-historische en één Fries-christelijk-
historische afgevaardigde. Maar in de Eerste Kamer bezat rechts geen
meerderheid.
Al in december 1883 had Schaepman gepleit voor het civiel effect of
de publieke erkenning van de graden van de vrije universiteiten: 'Waar-
om kan men dus aan de vrije universiteit niet geven wat de staatsuniver-
siteiten bezitten?' Kuyper mocht op grond van de hem bekende gege-
vens, rekenen op de stemmen van de katholieke en anti-revolutionaire
afgevaardigden. De liberale en socialistische kamerleden waren zijn te-
genstanders. Op de wip zaten zijn oude vrienden, de vrije anti-
revolutionairen. Met name het standpunt van Lohman ten opzichte van
de VU was van belang. Hij had immers ervaring opgedaan met de vrij-
heid aan de VU en hij was een voorstander geworden van vrije, bijzon-
dere leerstoelen aan de Rijksuniversiteiten.
Het kamerlid mr. J. Schokking, leerling van Hoedemaker, 34ste stu-
dent van de VU en haar achtste promovendus, wilde dat Kuyper eerst
de theologische faculteiten der Rijksuniversiteiten in hun hervormd-
confessionele glorie herstelde. Hij werd gesteund door een adres van 25
amsterdamse predikanten, waaronder Hoedemaker, Lütge en Vos. Ook
Gunning meende dat pas na herstel van de faculteiten der Godgeleerd-
heid aan de VU het civiel effect kon worden gegund. Kuyper wilde hen
gaarne tegemoet komen, maar een dergelijke ingrijpende wijziging be-
hoefde een grondige voorbereiding. Hij verwees dit punt naar de ineen-
schakelingscommissie, die hij onder leiding van prof. J. Woltjer had in-
gesteld om de wetgeving inzake de Rijksuniversiteiten nader te bezien.
Buiten het parlement werd Kuyper niet alleen aangevallen, maar ook
gesteund. Prof. Fabius sprak voor de studenten van de Universiteit van
Amsterdam over de: 'Effectus civilis voor vrije universiteiten.' Hij wees
op de kern. Volgens de bestaande wet mocht men een vrije universiteit
stichten en deze mocht graden verlenen. Indien men nu bepaalde voor-
waarden stelde en de wetenschap vrije ontwikkeling toestond, ging het
er slechts om te erkennen dat de wetenschap geen hoger orgaan heeft om
haar uitspraken maatschappelijk te kwalificeren dan de wetenschap
zelf. De universiteit beoordeelt of iemand benoembaar is, verder gaat
het civiel effect niet. De overheid en de maatschappij bepalen daarna
293
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 374 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 374 Pagina's