De Vrije Universiteit na Kuyper - pagina 120
De Vrije Universiteit van 1905 tot 1955, een halve eeuw geestesgeschiedenis van een civitas academica.
3e De psychologie valt als wetenschap, daar ze niet één Gegenstand heeft
en dus ook niet eenheid van methode kan postuleeren. 4e Deze theorie is
de psychologische structuur van de leer van 't donum superadditum.
VoUenhoven hield dus nog steeds aan de dichotomie vast en ook
aan de idee van de onsterfelijke ziel. Met de argumenten van Janse
was hij het niet eens en ook niet met zijn bijbelgebruik: "t beroep
op de H.S. ter beslissing van zulke quaesties moet gewraakt. De
H.S. spreekt in de taal van de dagel. ervaring. Anders gaan we
weer naar Ptolemaeus terug op grond van Richteren of Jozua
zooveel.'
Maar toch nam hij toen ook al afstand van de gereformeerde
scholastiek van Bavinck: 'wat nu Bavinck betreft, hij heeft zich nooit
los weten te maken van de Scholastiek. En dat is te begrijpen, want
de Scholastiek is de eenige poging tot nog toe 't theoretisch
element in 't Christendom wijsgeerig te verwerken.'
Een voorlopige oplossing van het probleem, waarover
VoUenhoven een jaar eerder had geschreven: 'ze gaat m'n krachten
te boven', lezen we in het volgende brieffragment:
De voorloopige oplossing voorzoover ik die zie, is deze. Er is een ideeele
wereld van 't gelden, noch psychisch, noch redelijk, maar 'geldend.' Dan
een wereld der waarden: eth. en rechts- en relig. waarden enz. Ook een
wereld van 't physisch zijnde, waarschijnlijk ook een van 't biologische,
waaraan 'k meer zelfstandigheid toe ga kennen dan vroeger. De vermogens
zijn niet lagen, maar relaties van de eene ziel tot die onderscheiden
terreinen. Dan is planten, dieren en menschenziel onderscheiden niet door
't aantal vermogens, resp. 1, 2 en 3 maar door den aard der relaties
tusschen die onderling onderscheiden zielen eener-(zijds) en deze werelden
(anderzijds). Dan blijft de ziel een eenheid.
Janse moest volgens VoUenhoven nog niets pubUceren 'over de
levende ziel en de levendmakende geest, want 't zou me spijten als
de verwarring op dat gebied in onze psychologie bleef voortduren.'
Uit deze brief van 7 november 1922 bleek dat VoUenhoven
het concept van de wetsidee van Dooyeweerd nog niet had
overgenomen. Hij dacht immers over een ideële wereld van het
gelden, een wereld van waarden en een wereld van zijnden,
verbonden door relaties. En hij hield vast aan een onsterfelijke
mensenziel. Deze brief gaf ook aan dat VoUenhoven een
doodlopend spoor volgde. Gebrek aan tijd voor de noodzakelijke
116
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's