Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

De Vrije Universiteit na Kuyper - pagina 196

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De Vrije Universiteit na Kuyper - pagina 196

De Vrije Universiteit van 1905 tot 1955, een halve eeuw geestesgeschiedenis van een civitas academica.

2 minuten leestijd

Janse schreef nu een boek tegen deze opvattingen van Waterink en

J.H. Bavinck. Zijn manuscript was tevens bedoeld als een inleiding

tot het werk van VoUenhoven. De titel Van Idolen en Schepselen

hield de veroordeling in van het hogere IK als een idool, een

afgodsbeeld. Maar VoUenhoven wenste die inleiding niet. Men zou

het eenvoudig niet kunnen geloven, schreef hij hem, 'wanneer U

kwam met een stuk van sterk agressief karakter waarin niet alleen

Dr. B. maar ook Dr. W. afgoderij werd verweten.'

Janse antwoordde VoUenhoven dat hij deze reactie wel had

verwacht, omdat hij het werk in grote ijver en in een roes had

neergeschreven. Maar heel zijn ziel was in opstand. Hij wilde beslist

over zijn inzicht inzake 'de levende ziel' publiceren. En daarom

begon hij aan zijn eerste omwerking van het manuscript, dat hij al

aan student C. Veenhof had toegezonden.

Toen J.H. Bavinck in 1933 aan Janse vroeg om kritiek op zijn

Inleiding in de Zielkunde, waarvan een tweede druk nodig was, zond

Janse ook hem zijn manuscript toe. In een volgend onderhoud vond

Janse dr. Bavinck zeer sympathiek. En bij de herdruk in 1934

bleven de bladzijden over het hogere Ik achterwege. Omdat

Bavinck toen naar Nederlands Oost-Indië vertrok, werd de

omwerking van zijn Inleiding in de Zielkunde door dr. A. Kuypers

verzorgd. Janse liet toen de kritiek op J.H. Bavinck uit zijn Van

Idolen en Schepselen weg. Hij vreesde dat zijn manuscript via

Kuypers aan Waterink onder ogen was gekomen, maar dat was zeer

waarschijnlijk ten onrechte, omdat uit de correspondentie Kuypers-

Waterink daarvan niets bUjkt.

Dr. A. Kuypers was de eerste promovendus van Waterink, zoals

dr. K. Kuypers dat van VoUenhoven was. Hoe zat dat?

Het was te begrijpen dat VoUenhoven voorzichtig was met het

beschikbaar steUen van zijn De eerste Vragen der Psychologie en zijn

college-dictaat Isagoge Philosophiae (later: Isagoogè). Maar op 4

april 1930 gaf hij wel een exemplaar van De eerste Vragen der

Psychologe aan Antoon Kuypers. Deze was een oudere broer van

Karel Kuypers, de eerste promovendus van VoUenhoven. Hij wilde

evenals zijn broer promoveren. Hij was na het behalen van allerlei

diploma's leraar Duits geworden en had daarna zijn doctoraal Duits

aan de Gemeente Universiteit van Amsterdam behaald. Hij wilde

aan de VU op een psychologisch onderwerp promoveren en daarom

moest hij bij VoUenhoven zijn.

190

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987

Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's

De Vrije Universiteit na Kuyper - pagina 196

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987

Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's