De Vrije Universiteit na Kuyper - pagina 221
De Vrije Universiteit van 1905 tot 1955, een halve eeuw geestesgeschiedenis van een civitas academica.
de minder geschoolden een scheiding gaan maken tusschen hen, die het
goed weten en anderen, die geacht worden aan een verkeerden kant te
staan. Was het nu nog maar als in vroegeren tijd, toen de geleerden
spraken in het Latijn en in elk geval meestal van die taal gebruik
maakten, als zij gingen schrijven, dan ware dat gevaar niet zoo te
duchten, maar thans bemerkt men om zich heen duidelijk, dat er niet in
het Latijn gesproken of geschreven is.
Colijn wilde dat 'bij het bespreken van zaken, die besproken
moeten worden, in de breedte geen gevolgen gewekt worden, die
buiten alle verhouding staan tot de diepte van het te behandelen
probleem.'
Op 29 juni 1936, twee dagen voor Colijn sprak, hadden
Curatoren van de VU de reeds genoemde bespreking met
VoUenhoven als VU-hoogleraar maar ook als voorzitter van de
Vereeniging voor Calvinistische Wijsbegeerte. Zij wilden van hem
inlichtingen over zijn relatie met Pro Ecclesia en met Schilder, over
zijn verhouding tot Abraham Kuyper, de grondslag en de belijdenis
en over allerlei andere actuele zaken. In die vergadering van
Curatoren waren ook de hoogleraren Anema, Dooyeweerd,
Grosheide en H.H. Kuyper aanwezig. VoUenhoven kon verklaren
dat hij geen contacten met Pro Ecclesia of Schilder had. Hij had
zelf bezwaren tegen de toon van Schilder en de pijnlijke manier
waarop hij soms zaken aan de orde stelde. Er was door de
Vereeniging voor Calvinistische Wijsbegeerte geen steun aan
Schilder gevraagd en VoUenhoven was het ook niet eens met
Schilders visie op de kerk en de doctoraats-kwestie. Inzake de
belijdenis en de grondslag had hij geen enkel bezwaar, wel enig
bezwaar tegen sommige dogmatische interpretaties, ook wel eens
tegen die van A. Kuyper. VoUenhoven verklaarde dat hij niet
polemiseerde en dat hij vond dat naast het bewaren van de traditie
ook behoefte aan reformatie bestond.
Over het twistpunt over de twee naturen van Christus legde hij
een verklaring af. Hij zei volgens een latere brief aan Curatoren:
'dat ik als zelf Ud van een der Gereformeerde Kerken in Nederland
de beUjdenis dezer Kerken omtrent den Middelaar zonder eenige
reserve van harte aanvaard en, waar iedere woordenstrijd dient te
worden vermeden, uiteraard ook tegen de termen "anhypostasos" en
"onpersoonlijk" ter omschrijving van de gesteldheid der menscheUjke
natuur van den Middelaar geen bezwaren opperen zou, indien de
215
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's