Dr. Abraham Kuyper en de Vrije Universiteit - pagina 106
verslag van de oprichtingsvergadering gepubliceerd. In de circulaire
werd opgeroepen lid te worden. Een brede uiteenzetting ging aan deze
oproep vooraf. Deze uiteenzetting was ondertekend door de heren Es-
ser, Hoedemaker, Hovy, Kuhler, Kuyper, Van Ronkel, Rutgers en San-
ders en bovendien voorzien van de instemming van 43 personen.
De nieuwe vereniging wilde allereerst een theologische faculteit te
Amsterdam stichten. Predikanten en ouderlingen waren voor de eerste
vergadering uitgenodigd en de circulaire was ondertekend met de toe-
voeging: predikant, ouderling of oud-ouderling. Daardoor ontbrak de
naam van de heer G.A.H. Grosheide, die al vroeg de plannen kende. Als
secretaris van de Vrienden der Waarheid, een comité dat bidstonden te
Amsterdam organiseerde, had hij de ideeën vaji Kuyper krachtig ge-
steund.
Het leek er dus erg op dat het ging om de stichting van een theologisch
seminarium in het jasje van een mini-universiteit. Maar Kuyper wilde
beslist meer.
'Onze hope ligt in de toekomst, want die toekomst — en ziehier
de ontzettende gedachte die ons van de lippen moet - DIE TOE-
KOMST ZAL OF DE ONZE OF VOOR NIEMAND WEZEN.
Het Protestantisme in Nederland zal eerlang óf Calvinistisch öf
niet meer zijn',
schreef hij in De Heraut.
Na de stichting van de vereniging op 5 december 1878 werden leden
en donateurs geworven. Daarvoor werd een organisatie opgezet met
provinciale besturen en plaatselijke agenten. Deze vereniging kon voor
een deel gebruik maken van de reeds bestaande adressen-bestanden van
de in datzelfde jaar gevormde organisaties.
Op de vergadering van 22 oktober te Utrecht ontbrak Elout van Soe-
terwoude. Hij schreef aan Kuyper dat hij onvoldoende betrokken was
bij de ontwikkeling van de theologische studie om tot de initiatiefnemers
te behoren. Dat betekende dat hij ook geen krachtige zaakbepleiter bij
mevrouw Groen kon zijn. Zij nam nog voor f. 1000,- in het stichtingska-
pitaal deel, voor ze in maart 1879 overleed. Dat was vrijwel gelijktijdig
met het afkomen van de koninklijke goedkeuring van de statuten van
de vereniging.
Kuyper kon in een 'Publyck epistel aan dr. J.J. van Toorenenbergen'
er op 10 december 1879 niet over zwijgen.
'Het was dit, dat Gij, om geen anderen te noemen, tot zelfs bij
wijlen mevrouw de douairière Groen van Prinsterer bezoeken
102
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 374 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 374 Pagina's