De Vrije Universiteit na Kuyper - pagina 20
De Vrije Universiteit van 1905 tot 1955, een halve eeuw geestesgeschiedenis van een civitas academica.
vroeg naar de Grenzen der naturwissenschaftlichen Begrijfsbildung
(1896) en W. Dilthey begon met zijn Aufbau der geschichtlichen Welt
in den Geisteswissenschaften (1910). Tussen twee vormen van
monisme in meldt zich hier het duahsme van natuur en cultuur bij
Rickert als vertegenwoordiger van het neo-Kantianisme en Dilthey
als vader van het historisme.
Het dualisme van ziel en Uchaam, van psyche en materie, van
cultuur en natuur, dat reeds uit deze titels naar voren springt,
vormde de achtergrond van de christelijke wetenschapsbeoefening
aan de Vrije Universiteit in de eerste helft van deze eeuw. In heel
dit boek, tot op de laatste bladzijde, zal het dualisme van lichaam
en ziel telkens weer aan de orde komen.
Toen Kuyper in 1901 minister werd, liet hij een VU achter met drie
faculteiten en slechts vijf hoogleraren: de theologen F.L. Rutgers,
G.H.J.W.J. Geesink en H.H. Kuyper, de jurist D.P.D. Fabius en de
letterkundige J. Woltjer. Vier jaar later, bij het 25-jarig bestaan van
de VU in 1905, waren er mede door zijn wetgevende werk reeds
twaalf hoogleraren. Bovendien werd toen onderhandeld over een
hoogleraar die zou moeten behoren tot een gecombineerde na-
tuurwetenschappelijke en medische faculteit. Aan de VU kreeg
daardoor vanaf die tijd naast de ziel ook het lichaam officieel
wetenschappehjke aandacht. In de eeuw van het materiaUstische
evolutie-dogma ging het aan de VU in facultair verband enkel over
de ziel en geestelijke zaken, en in de eeuw van de psychologie
begon de VU met de studie van het Hchaam en materiële zaken.
Het duaUstische denken in gereformeerde kring, dat bij die
opvattingen behoorde, hield nog onbedreigd stand tot daarin in
1922 de eerste bres werd geschoten, niet in het openbaar, maar in
een brief die eerst nog aan de afzender werd teruggezonden.
Vanuit het gezichtspunt van de Gereformeerde Kerken bestond
in 1901 naast de VU ook de Theologische School te Kampen,
eveneens met vijf hoogleraren: H. Bavinck, A. Biesterveld, L.
Lindeboom, M. Noordtzij en D.K Wielenga. Van hen was alleen
Bavinck gepromoveerd. Hij had er voor geijverd dat het seminarium
van de kerken op het peü van een hogeschool kwam en dat was
hem gelukt. Maar de daarna beoogde samenvoeging van beide
theologische opleidingen was hem telkens weer mislukt,
j Zoals Kuyper antithetisch optrad in de op synthese gerichte
volkskerk, zo was Bavinck synthetisch opgetreden binnen de zich
16
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's