Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Dr. Abraham Kuyper en de Vrije Universiteit - pagina 301

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Dr. Abraham Kuyper en de Vrije Universiteit - pagina 301

2 minuten leestijd

zelf of men iemand, die zo benoembaar is gesteld door de wetenschap,

ook zal benoemen. Het ging dus om de erkenning van de VU als een uni-

versiteit en om de vrijheid van de wetenschap om zelf te bepalen wan-

neer iemand wetenschappelijk gevormd mag heten. Fabius maakte dui-

delijk dat het niet ging om het maatschappelijk of staatkundig erkennen

van de VU, want dat had de wet van 1876 al gedaan. Het ging om de

publieke erkenning dat, wat de VU presteerde en aanmerkte als weten-

schappelijk, ook als zodanig werd geaccepteerd. Na 25 jaar vroeg de VU

om wetenschappelijke erkenning aan de nederlandse samenleving.

In zijn voorontwerp had Kuyper die erkenning aan voorwaarden ge-

koppeld. Er moest bij zo'n vrije universiteit een kapitaal van ten minste

f. 100.000,- zijn. Er moesten ten minste drie faculteiten ieder bezet met

ten minste drie hoogleraren zijn, met een totaal-minimum van twaalf

hoogleraren. De college- en examen-gelden mochten niet lager zijn dan |i

aan een Rijksuniversiteit. Ook de examen- en promotie-eisen mochten

niet lager gesteld worden. Voor informatie over de stand van het onder-

wijs en het gehalte van de examens zouden regeringscommissarissen

worden benoemd.

Door dit voorstel gaf Kuyper meteen een impuls aan de Vereniging

om met de groei van de VU voort te gaan. We zien dan ook een toename

in 1902 met twee, in 1904 met nog eens drie en in 1905 met nog één

hoogleraar, zodat in dat laatste jaar er inderdaad twaalf hoogleraren

waren.

Tegen de subsidie bestond echter zoveel bezwaar, dat in het herziene

wetsontwerp zowel de voorgenomen subsidieregeling als ook het mini-

mum aantal van twaalf hoogleraren werd weggelaten.

Ook Lohman moest kleur bekennen. Zijn standpunt was van

doorslaggevend belang, omdat er anders net geen meerderheid was te

vinden. Maar hij liet niet raden naar zijn loyaliteit. Hij zou vóór de wet

stemmen en hij riep de liberalen op om werkelijk vrijzinnig te zijn en

ruimte te maken voor de opinie van andersdenkenden.

Overeenkomstig de uitdrukkelijke wens van Lohman regelde Kuyper

de instelling van de bijzondere leerstoelen. Het civiel effect werd aan bij-

zondere universiteiten verleend onder voorwaarde dat ze binnen 25 jaar

na de wet ten minste vier en binnen 50 jaar alle vijf faculteiten zouden

tellen. De wet verplichtte de VU dus, mee door de eisen die Lohman stel-

de, om in 1930 of een medische of een natuurwetenschappelijke faculteit

te openen en om in 1955 een complete universiteit met vijf faculteiten

te worden.

Na de hoogstaande debatten werd partijdig gestemd. Kuyper had wel

het algemene principe van de vrijmaking van het onderwijs centraal ge-

steld, maar de stemming ging over de VU. Hij zei:

295

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987

Publicaties VU-geschiedenis | 374 Pagina's

Dr. Abraham Kuyper en de Vrije Universiteit - pagina 301

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987

Publicaties VU-geschiedenis | 374 Pagina's