Dr. Abraham Kuyper en de Vrije Universiteit - pagina 51
2. HET VADERSCHAP VAN
MR. G. GROEN VAN PRINSTERER
Te Beesd zocht de bekeerde Kuyper reeds contact met de politieke leider
van de gelovige burgers, waarvan velen toen nog geen stemrecht had-
den, mr. G. Groen van Prinsterer. Deze behoorde zelf tot de rijke elite.
Hij was secretaris geweest van het kabinet des konings en verzorgde de
uitgave van de Archives de la Maison d'Orange-Nassau. Hij was de
bestrijder van de uitgangspunten van de Verlichting en van de Franse
Revolutie, die hij kenmerkte als 'Ongeloof en Revolutie'. Het loslaten
van de bijbel als bron van de christelijke godsdienst, was het ongeloof
dat volgens Groen de drijfkracht van de Franse Revolutie was. Hij was
daarom anti-revolutionair. In de Tweede Kamer was hij de tegenstander
geworden van zijn studievriend Thorbecke, die de liberale beginselen
van de Verlichting en Franse Revolutie in Nederland vertegenwoordig-
de. Groen bestreed het beginsel van de autonome mens en zijn leuze van
vrijheid, gelijkheid en broederschap. Hij had echter als politicus de rea-
liteit van de grondwet van 1848 aanvaard en wenste nu ook voor het
christelijk onderwijs vrijheid en gelijke rechten. Vaak trad hij als een
eenling op, maar hij beriep zich voortdurend op het protestants-
christelijke deel van het volk, dat geen kiesrecht bezat, het zogenaamde
'volk achter de kiezers'.
Kuyper had te Beesd in 1864 aan Groen om bemiddeling gevraagd
toen hij zocht naar een handschrift van Laski, dat in Koningsbergen
moest zijn. Uit de Opera van Laski zond hij hem anderhalf jaar later
een overdruk toe. En weer een jaar later de eerste brochure die hij
schreef. Dit geschrift handelde over democratie in kerkzaken en kwam
in 1867 uit.
De grondwetswijziging van 1848 bracht de scheiding van kerk en staat
in een nieuwe fase. De Bataafse Republiek had wel de scheiding aange-
bracht tussen de staat en de staatskerk, maar koning Willem I was na
de Franse tijd opgetreden als verlicht despoot. Hij had aan de Hervorm-
de Kerk een organisatie opgelegd en de staat regelde de opleiding van
de predikanten en droeg zorg voor een groot deel van hun tractement.
Een synodale commissie vroeg in 1848 om de band, 'die de Hervormde
Kerk weldadig en naauw aan den Staat bindt', niet te verscheuren. Toch
bracht de grondwet van 1848 in principe vrijheid voor de Hervormde
Kerk. De tweede helft van de 19de eeuw werd mee bepaald door de ver-
dere werking van het scheidingsbeginsel en door het liberale vrijheidsbe-
47
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 374 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 374 Pagina's