Dr. Abraham Kuyper en de Vrije Universiteit - pagina 178
Jezus geen twee personen kende, kon hij volgens Kuypers theologie al-
leen maar de goddelijke persoon zijn en moest hij een onpersoonlijke
menselijke natuur aannemen. Daardoor kwam God de Zoon slechts
'met het schepsel in uitwendige aanraking'.
Om dit nog te onderstrepen schreef hij:
'Maar als het er aan toekomt, om het goddelijk leven het schepsel
innerlijk aan te raken, alsdan is dit het eigen en bijzonder werk,
niet van den Vader, noch van den Zoon, maar van den Heiligen
Geest.'
Deze inwendige aanraking door de Geest vond bij alle schepselen plaats,
niet alleen bij de wedergeboren mens, en ook niet alleen bij de mens,
maar bij alles wat bestaat.
'Om ze dus te laten bestaan, om ze te laten werken, is het onmis-
baar, dat er een iets, een punt, een moment zij, waarin de wer-
king, die van God uitgaat, aan het schepsel raakt, het schepsel
aanraakt en in het schepsel raakt de diepste pit en kern van zijn
wezen; dat punt, vanwaar heel zijn bestaan opschiet.
En het is nu van die aanraking van alle schepsel, van alle crea-
tuur, bezield of onbezield, redelijk of niet redelijk, organisch of
niet organisch, dat wij als grondgedachte der Schrift vonden: De-
ze aanraking komt tot stand door een werk, niet van den Vader,
en ook niet van den Zoon, maar zeer bijzonder van den Heiligen
Geest.Dat punt nu is bij de uitverkorenen hun innerlijk ge-
moedsleven. Bij alle redelijk schepsel het redelijk bewustzijn. En
bij alle schepsel, redeloos of redelijk, het levensprinciep, waar-
door het bestaat.'
Kuyper ontwaarde 'deze innerlijke aanraking, dit ontsteken van de le-
vensvlam, deze verborgen aanraking door God, den Drieeenige', bij alle
schepsel.
Bij de mens ging het ook om de verbinding, als een wortel met twee
stengels, van ziel en lichaam. Deze wortelverbinding of dit levensprinci-
pe noemde Kuyper bij de onwedergeboren mens het redelijk bewustzijn,
en bij de uitverkorenen hun innerlijk gemoedsleven.
Als men dit leest moet men wel concluderen dat de wedergeboorte
volgens Kuyper een verandering van de kern van het menszijn is, en wel
de omzetting van het redelijk bewustzijn in het innerlijk gemoedsleven.
Dit merkwaardige punt is daarom zo belangrijk, omdat de antithese tus-
sen de natuurlijke en wedergeboren mensen bij Kuyper resulteerde in het
172
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 374 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 374 Pagina's