Dr. Abraham Kuyper en de Vrije Universiteit - pagina 128
'Maar hoe dit ook ga en hoe de Koning der kerk dit ook gehenge
(gedogen of dulden wil), dit mag, dit durf ik profeteeren, M.H.,
door geleidelijke ontwikkeling en door de logica der beginselen
komt er onder leiding onzes Heeren aan onzen tegenwoordigen
smadelijken jammer eerlang heerlijk een einde.'
Dan zal men samengaan met de Afgescheidenen en 'niet meer in twee
volken verdeeld zijn'.
Duidelijker wilde Kuyper niet zijn. Geen nieuwe afscheiding. God zou
het doen. Het zou uitlopen op een samen gaan. Zo formuleerde hij zijn
ingehouden agressie tegen een synode, die zijn gereformeerde zaad uit
haar kerkelijke tuin wilde weren.
Het nog niet uitgebroken conflict werd pijnlijk, toen de synode dr.
J.H. Gunning samen met dr. J. Knappert als kerkelijke hoogleraren te
Amsterdam benoemde. De laatste signaleerde in zijn inaugurele oratie
wat velen dachten. De benoeming leek 'de openbaring eener volslagen
beginselloosheid der kerk, die, op hetzelfde oogenblik, ja en neen zeg-
gend, den ethisch-irenische (Gunning) roept en hem den moderne
(Knappert) tot ambtgenoot geeft.'
Maar pijnlijker was de wig die door de benoeming nog dieper werd
gedreven tussen Gunning en Kuyper.
Gunning verweet nog steeds aan Kuyper dat hij zijn benoeming te
Utrecht onmogelijk had gemaakt. Maar deze meende te weten dat Gun-
ning hem tegenover zijn zoon 'oneerlijk' had genoemd en hij wilde nu
daarvan uitleg.
Gunning gaf de kwalificatie toe, waarop Kuyper er een erezaak van
maakte dat deze aantijging niet werd teruggenomen. Hij zou in het ver-
volg slechts publiek met Gunning willen omgaan.
Daarop schreef Gunning, vlak voor hij naar Amsterdam ging om zijn
inaugurele oratie te houden, de volgende brief:
'Waarde Broeder!
Het laatste oogenblik vóór ik mij naar de spoor begeef, wil ik
gebruiken om Uw zooeven ontvangen brief te beantwoorden.
Spreekt Gij mij niet meer anders dan officieel toe, ik voor mij
blijf bij 't geen ik sedert jaren doe.
Ik onderscheid, hoewel met moeite, 2 personen in U.
Ie. Prof. Dr. A.K. publicist-partijhoofd.
2e. mijn broeder, eertijds mijn vriend, van wien ik op grond van
intieme gemeenschappelijke ervaringen geloof dat zijn binnenste
den Heere behoort.
Dat No. 1. oneerlijk, niet Godvreezend, maar machtsbehoe-
124
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 374 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 374 Pagina's