De Vrije Universiteit na Kuyper - pagina 150
De Vrije Universiteit van 1905 tot 1955, een halve eeuw geestesgeschiedenis van een civitas academica.
en de houding van de VU bezag Schilder iets kritischer dan Hepp.
De laatste had de problemen binnen de Vrije Universiteit zoveel
mogelijk verbloemd, maar Schilder had geschreven: 'We hebben
geen V.U. gesticht, om beginselkwesties onbesproken te laten, maar
om ze heel opzettelijk wèl te bespreken.''
Schilder citeerde in zijn Persschouw ook de kritiek op prof.
H.H. Kuyper van ds. J.H. Rietberg. De laatste had geschreven: 'Die
verdediging is m.i. het van-twee-wallen-willen-eten-stelsel. De "stijve"
broeders tracht prof. K. tevreden te stellen, maar evenzeer de
"Geelkerkianen". Allen moeten immers de V.U. blijven steunen!'
De kwestie-Geelkerken had voor de VU grote gevolgen.
Van 1892 tot 1926 behoorden alle hoogleraren van de VU tot
de Gereformeerde Kerken, maar nadien kerkten de hoogleraren
Diepenhorst, Pos, Woltjer en ook Bouman buiten dat kerkverband.
Op de jaarvergadering van de Vereeniging voor Hooger Onderwijs
op Gereformeerden Grondslag te Rotterdam in 1926 werden
informatieve vragen gesteld over dit viertal docenten. En het
volgend jaar werd de concrete vraag gesteld of tot de
'gereformeerde beginselen' van artikel 2 der statuten ook de
uitspraken van Assen 1926 behoorden. Daarom werd toen een
commissie benoemd, bestaande uit de heren J.J.C, van Dijk, prof.
mr. A. Anema, dr. K. Dijk, ds. T. Ferwerda, prof. dr. F.W.
Grosheide, mr. Th. Heemskerk, A.W.F. Idenburg, prof. dr. J.
Ridderbos en J. Schouten met mr. H.J. Hellema als secretaris.
De oudste van hen, mr. Heemskerk, was in 1896 nog de
secretaris geweest van de commissie die Lohman had getoetst op
het gehalte van zijn zoeken naar de gereformeerde beginselen in de
rechtswetenschap. De publikatie van de senaat van toen werd nu
nogmaals afgedrukt door ds. J.C. Rullmann in het Gereformeerd
Jongelingsblad en door Hepp in De Reformatie van 22 nov. 1929.
Deze nieuwe grondslagcommissie behoefde niet over personen
te oordelen. De uitspraak ervan was wel in de Ujn van 1896 en van
de Synode van Assen. De grondslag sloot nameüjk volgens het
rapport van de commissie in: 'dat al wat de HeiUge Schrift ons
mededeelt of leert, onvoorwaardeUjk wordt aanvaard, en sluit uit
een willekeurig handelen met de Heihge Schrift of met haar
uitspraken en derhalve ook het in twijfel trekken van den
letterUjken zin van bestanddeelen van het heilige geschiedverhaal,
zonder het aanvoeren van deugdeüjke, met het Schriftgezag
bestaanbare gronden.'
146
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's