Dr. Abraham Kuyper en de Vrije Universiteit - pagina 17
INLEIDING
Tijdperk
Kuyper leefde van 29 oktober 1837 tot 8 november 1920. In 1837 was
de scheiding van het Koninkrijk der Nederlanden in België en Nederland
nog niet voltooid. Maar koning Willem I begon na zeven jaar wel in te
zien dat hij een einde moest maken aan de geldverslindende oor-
logstoestand.
In 1839 erkende de nederlandse regering de afscheiding van België. Toen
moest er een nieuwe grondwet komen. Mr. J.R. Thorbecke publiceerde
zijn Proeve van herziening der grondwet, mr. D. Donker Curtius zijn
Proeve eener nieuwe grondwet en mr. G. Groen van Prinsterer zijn Bij-
drage tot herziening der grondwet in Nederlandschen zin.
Koning Willem I wenste in 1840 te hertrouwen met een katholieke, bel-
gische gravin. Zijn lang volgehouden tegenstand tegen de afscheiding
van België en tegen de noodzakelijke grondwetsherziening, als ook zijn
voorgenomen huwelijk maakten zijn aftreden wenselijk. Op 7 oktober
1840 vond de abdicatie plaats op Het Loo. Hij had als een verlicht
despoot krachtig geregeerd en veel tot stand gebracht, maar door zijn
halsstarrigheid was veel van het bereikte ook weer verloren gegaan.
Koning Willem II regeerde gedurende een overgangsperiode, van 1840
tot 1849. De grondwetswijziging van 1840 voerde de ministeriële verant-
woordelijkheid in, maar pas de grondwetswijziging van 1848 bracht het
principe van de liberale vrijheid op verschillend terrein. Thorbecke was
voorzitter van de negen mannen die deze grondwetsherziening van 1848
hebben voorbereid. Op enkele punten werd Thorbecke overstemd zodat
deze grondwet niet geheel zijn werk is geworden.
'Overstemd worden' betekende bij Thorbecke ook 'ontstemd zijn'.
De vrijheid op het gebied van kerk en school bracht nog geen gelijkheid
of gelijke behandeling, zoals ook de liberale economische vrijheid geen
sociale rechtvaardigheid bracht. De politiek werd in de periode na 1848
gekenmerkt door de uitwerking van de in de grondwet opgenomen be-
ginselen en tevens door een strijd tegen de uitwassen van het liberale be-
ginsel.
De grondwet voorzag in de vrijheid van onderwijs, ook in die van het
hoger onderwijs. Maar het zou van 1848 tot 1876 duren voor een op de-
ze grondwet gebaseerde hoger-onderwijswet van kracht werd, mede
door het 'ontstemd' zijn van Thorbecke.
In de theologie versterkte het liberale vrij heidsbeginsel ook de kritiek op
13
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 374 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 374 Pagina's