De Vrije Universiteit na Kuyper - pagina 216
De Vrije Universiteit van 1905 tot 1955, een halve eeuw geestesgeschiedenis van een civitas academica.
onaantastbaarheid van de bijbel verdedigden. Hepp was uit de
redactie van De Reformatie gezet. Grosheide had als Ud van het
consortium van dat blad zijn medezeggenschap verloren en H.H.
Kuyper was door het blad aangevallen vanwege zijn aanvaarden van
een eredoctoraat. En nu werd een nieuwe vereniging opgericht, die
zich ook al aan hun invloed onttrok. Er dreigde een strijd om de
geestelijke leiding, om de erfenis van Abraham Kuyper, om de
invloed op de jongere generatie en om de macht. De hoogleraren
H.H. Kuyper en V. Hepp, hoewel geen vrienden, sloten zich in
maart 1936 aanéén om de leiding in de kerken te behouden en te
herwinnen, en Aalders, Grosheide en Waterink deden met hen mee.
Alleen C. van Gelderen hield zich afzijdig. Hij was in 1917 zelf al
eens getoetst op zijn rechtzinnigheid.
Op 17 maart vond in het hoofdgebouw van de VU een besloten
vergadering plaats voor de predikanten van Noord- en Zuid-
Holland en Utrecht en voor de theologische VU-studenten. De
vergadering werd aangekondigd als voortgezet academisch
onderwijs. Daar sprak Hepp over actuele dogmatische problemen
aangaande de kerk. Zonder zijn naam te noemen, was het betoog
van Hepp tegen Schilder gericht. Hij verbood bekendheid te geven
aan het besprokene en ook om Schilder ervan op de hoogte te
stellen.
Natuurlijk werden Vollenhoven en Schilder wel ingelicht.
Schilder reageerde in De Reformatie van 3 april. Vollenhoven
hoorde het relaas van drs. S.U. Zuidema, die in oktober bij hem
zou promoveren. Vollenhoven schreef Janse op 31 maart en 2 april
1936 alarmerende berichten over de spanningen aan de VU. Hij
schreef:
Als 'k U zeg, dat nog voor een paar dagen een coll. (H!) gezegd heeft, dat
we met een jaar of 2 buiten de G.K. zouden staan, begrijpt U, hoe
gespannen de toestand af en toe is. Alleen met de uiterste voorzichtigheid
kunnen we 't klaar krijgen geen conflicten te krijgen.
Er broeit wat. Blijkbaar wil men een quaestie forceeren. Niet alleen om de
affaire St.-J.W. wat aan de aandacht te onttrekken, maar ook om K.S. en
mij een stoot te geven. Eerst heeft men beproefd ons tegen elkaar uit te
spelen (K.S. en mij); nu dat niet lukte, moeten we samen een duw
hebben, omdat we te lastig worden. Na 't gezegde van coll. H. - dat 'k U
reeds schreef - volgden van de week nog een paar onaangenaamheden. De
'twee jaren' schijnen in verband te staan met het plan nog op deze synode
de zaak van de ziel te berde te brengen. Zonder van elkaar te weten.
210
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's