Dr. Abraham Kuyper en de Vrije Universiteit - pagina 22
dat erg moeilijk gemaakt. En religieus werd grote nadruk gelegd op de
trouw aan de belijdenis. Het 'onveranderlijke' van het gereformeerde
geloof, waardoor er grote spanningen moesten ontstaan tussen dat ge
loof en 'de' veranderende 'wetenschap', vinden we heel duidelijk uiteen
gezet in het voorwoord van Kuyper van zijn boek E Voto Dordraceno.
Het is de moeite waard de eerste bladzijde daarvan ter inleiding op de
centrale problematiek van de Vrije Universiteit, in zijn geheel te citeren:
'£ voto Dordraceno betekent: In overeenstemming met den
wensch, die op de Dordtsche Synode is uitgesproken.
Kenners van de Acta der Nationale Synode van 1618/19 gevoelen
terstond, waarop deze eenigszins vreemde titel doelt.
Op 30 April 1619 is men er namelijk, blijkens die Acta, in de 146e
zitting toe overgegaan, om het oordeel der buitenlandsche Godge
leerden te vragen over de Leer der waarheid, gelijk die door de Ne
derlandsche Gereformeerde kerken beleden werd.
Deze, hieraan voldoende, hebben toen allereerst, eenpariglijk,
verklaard, dat in deze leer niets was, 'met de waarheyt in de H.
Schrifture uytgedruckt strijdende', maar dat zij 'ter contrarie in
alles met dezelvige waarheyt en met de confession van andere Ge
reformeerde kerken accordeerde'.
Maar hierbij lieten deze representanten der buitenlandsche kerken
het niet.
Ze voegden aan hun verklaring een wensch, een ernstige bede toe.
Immers, vlak na dit oordeel, lezen we in de Acta der Synode dit:
'Daarenboven zijn de inlandsche vermaent van de uytheemsche
theologen, in deze rechtsinnighe, Godsalighe ende eenvoudige
confessie des geloofs standvastelick te willen volharden, deselve
den nacomelinghen onvervalscht te willen naar laten, ende tot de
comste onzes Heeren Jesu Christi, onvervalscht te willen bewa
ren.'
Dit nu is de bede, die door de Gereformeerde wereldkerk op de
Synode van 1619 tot onze Nederlandsche Gereformeerde kerken
gericht is, en waarop de titel van dit werk doelt.
Onze vaderen hebben toen te Dordrecht de belofte afgelegd, dat
ze na zouden komen wat van hen begeerd werd. Er volgt toch in
de Acta:
'Hebben oock de inlandsche eendrachtelick verklaert, dat haar
voornemen was, in de professie deser rechtsinnighe Leere, stand
vastelick te volharden, ende deselve in deze Nederlandsche Pro
vinciën suyverlick te leeren, naerstelick voor te staan, ende voorts
onvervalscht door de ghenade Gods te bewaren.'
18
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 374 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 374 Pagina's