Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

De Vrije Universiteit na Kuyper - pagina 112

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De Vrije Universiteit na Kuyper - pagina 112

De Vrije Universiteit van 1905 tot 1955, een halve eeuw geestesgeschiedenis van een civitas academica.

2 minuten leestijd

Toen Vollenhoven promoveerde, waren zijn ouders al overleden en

mede daarom volgde direct na de promotie zijn huwelijk met H.M.

Dooyeweerd en zijn intrede als predikant van Oostkapelle op

Walcheren. Zijn proefschrift werd intussen waarderend besproken

door de toen bekende communistische hoogleraar aan de Gemeente

Universiteit van Amsterdam, G. Mannoury. De Wijsbegeerte der

Wiskunde van Theïstisch Standpunt (1918) bezorgde mee door die

bespreking in het Nieuw Archief voor Wiskunde aan Vollenhoven

een goede naam, want weinigen konden het boek zelf begrijpen.

De heer A. Janse (1890-1960) uit Oostkapelle, sinds december

1919 hoofd der christelijke school te Biggekerke, leende de disserta-

tie van de kerkeraad in zijn geboortedorp. In zijn vrije tijd

studeerde hij vlijtig om zijn jonge leerhngen zo goed mogelijk in het

rekenen te kunnen onderwijzen. Het ging toen om het leren

rekenen door tellen of door het aanschouwen van concrete hoeveel-

heden. Hem was opgevallen dat 2-1-5 meer rekentijd kostte dan 5

+ 2, waaruit hij afleidde dat rekenen vaak onbewust tellen was.

Vollenhovens proefschrift bracht hem ertoe zijn vragen in een

wijsgerig kader te bezien. Janse vroeg aan Vollenhoven om een

eigen exemplaar van het proefschrift, dat niet in de handel was, om

er in aan te kunnen strepen en om zo beter studie van dat

wijsgerige kader te kunnen maken.

Met de brief van 12 februari 1919 waarin het proefschrift

werd gevraagd, begon een vriendschap, die een kwart eeuw duurde

en die een interessante briefwissehng opleverde. Vollenhoven

antwoordde op 27 februari: 'M'n doel was allereerst philosophisch;

de grondvraag was: als wiskunde niet aan natuurwetenschap noch

aan logica gelijk is te stellen (tegenover empirisme en formahsme)

wat is dan het voorwerp der wiskunde, waardoor ze alleen zich als

zelfstandige wetenschap kan handhaven.'

Vollenhoven onderscheidde toen duidelijk tussen wiskunde,

natuurkunde en logica, drie wetenschappen met elk een eigen

object. Binnen de wiskunde zocht hij naar het verband van getal,

tijd en ruimte. Hij vond daarbij geen vrede in de filosofie van Kant,

die tijd en ruimte opvatte als subjectieve denkvormen of

'Kategorien', waarin al onze zintuiglijke ervaringen worden

waargenomen en begrepen.

Na hun kennismaking schreven Janse en VoDenhoven samen

een artikel over De activiteit der ziel in het rekenonderwijs, en samen

werden ze lid van een pedagogische studieclub op Walcheren.

108

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987

Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's

De Vrije Universiteit na Kuyper - pagina 112

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987

Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's