De Vrije Universiteit na Kuyper - pagina 197
De Vrije Universiteit van 1905 tot 1955, een halve eeuw geestesgeschiedenis van een civitas academica.
Het onderwerp van A. Kuypers was het onbewuste in de nieuwere
psychologie. Maar hij kon zich niet vinden in de opvattingen van
VoUenhoven over de ziel, of misschien juister: hij kon er niet mee
werken. Hij vertelde later daarover:
Vroeg men aan Prof. V. voordien: 'Maar verliest U bij al die analyse,
bij al die functie-onderscheiding de eenheid niet uit het oog?' - dan
kreeg men ten antwoord: 'Die eenheid behoeven we niet opzettelijk
vast te stellen: die eenheid is er, ze gaat voorop; ze is van te voren
gegeven en concreet aanwezig in den mensch als levende ziel. Door
analyse zijn aan dien geheelen mensch de verschillende functies te
ontdekken.' 'En de onderscheiding "lichaam-ziel" dan, die onder ons
gangbaar is?' 'Die onderscheiding is onjuist.'
In die jaren waarin Dooyeweerd de conceptie van een boventijdelijk
hart van A. Kuyper overnam, vinden we bij VoUenhoven snel achter
elkaar drie uitgaven van zijn Isagoge Philosophiae. Na een
gedeeltelijk concept in 1929 werden in de eerste uitgave van
oktober 1930 de dingen, planten, dieren en mensen een 'subjects-
eenheid' genoemd. Als men daarbij let op retrociperen en anteci-
peren van de functies, dan kwam het woord 'systase' meer in
aanmerking om die eenheid aan te geven. Typeerde men dan naar
de hoogste functie, dan kon men bij een cirkel van een ruimtelijke
systase, bij een denker van een analytische systase en bij een mens
als zodanig van een pistische systase spreken. In de tweede uitgave
van januari 1931 bleef het woord 'subjectseenheid' bewaard, maar
het woord 'systase' verdween toen. In deze beide eerste uitgaven
werd de mens 'het correlaat van den drieƫenige God' genoemd,
omdat de mens door God de Vader werd geschapen, door God de
Zoon werd en wordt aangesproken en door God de Geest geleid.
Bovendien bezit de mens drie grondambten: 'In z'n hoogste functie
beantwoordt de mensch als priester de goddelijke aanspraak met
loven en bidden; in het spreken tot z'n medemenschen over de
heerlijkheid Gods is hij profeet; op grond van z'n meerderheid in
alle functies is hij koning over de niet-menschelijke creatuur.'
Pas in de derde druk van september 1932 introduceerde
VoUenhoven het hart, de ziel of de geest als 'richtingbepalend'
centrum van de mens, zodat hij tussen goed en kwaad kan kiezen.
Hart en lichaam verhouden zich als centrum en omtrek van de
mens en niet als twee substanties.
191
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's