Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

De Vrije Universiteit na Kuyper - pagina 113

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De Vrije Universiteit na Kuyper - pagina 113

De Vrije Universiteit van 1905 tot 1955, een halve eeuw geestesgeschiedenis van een civitas academica.

2 minuten leestijd

Typerend was dat Janse voor die club aan Vollenhoven om de

laatste rede van L. Bouman, over Freud, vroeg en dat mevrouw

Vollenhoven over het artikel een briefkaart zond met een verzoek,

dat van VoUenhovens acribie getuigde: 'Namens m'n man verzoek

ik U vriendelijk het zinnetje over Richert c.s. even te willen

schrappen. Naar aanleiding van wat hij heden van hem las is dat

zonder nadere uiteenzetting onbillijk.'

In mei 1920 kreeg Vollenhoven drie maanden verlof, zodat hij

met zijn vakantie samen vier maanden te Leipzig kon gaan

studeren, om, naar hij Janse schreef, 'eens in de psychologie

genezing voor de neo-Kantiaansche logische eenzijdigheid te gaan

zoeken.' Van het Van Coeverden-Adrianifonds van de VU had

Vollenhoven een studiebeurs gekregen.

Te Leipzig gaf Felix Krüger colleges, een leerling van W.

Wundt (1832-1920). Het was met name Wundt die van de

psychologie een aparte wetenschap had gemaakt.

In diezelfde tijd publiceerde Vollenhoven over het vitalisme

van Driesch in het Orgaan van de Christelijke Vereeniging van

Natuur- en Geneeskundigen in Nederland een artikel dat een jaar

later ook in het Duits verscheen. Het belang daarvan was de

loswikkeling van de biologie uit de natuurkunde. Daarover schreef

Vollenhoven:

Telkens wanneer een nieuwe onderstelling of meerdere die een groep

vormen, moeten ingevoerd, weet men een nieuw veld van onderzoek te

betreden; indien de biologie met de onderstellingen der physica niet

uitkomt, is kentheoretisch haar zelfetandigheid gehandhaafd. Dit is nu in

't kort de methode der phaenomenologie, der objectieve logica (richting

Husserl), tegen welke geen enkel bezwaar bestaat zoolang ze zuiver

beschrijvend te werk gaat. En Driesch is m.i. er in geslaagd aan te

toonen, dat de biologie inderdaad meer kentheoretische onderstellingen

behoeft dan de physica en chemie.

Het probleem dat Driesch aan Vollenhoven voorlegde, bleek

afkomstig uit het duaUsme van ziel en lichaam dat hij met Bavinck,

Bouman en Buytendijk deelde.

Het ging Driesch in de biologie om het begrip geheelheid of

individualiteit. Als de biologische verschijnselen der geheelheid niet

mechanisch-naturalistisch verklaard kunnen worden, dan, schreef

Vollenhoven, 'is 't vóór men een derde groep van keninhouden

aanvaardt noodig te bewijzen, dat ook de psychologische verklaring.

109

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987

Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's

De Vrije Universiteit na Kuyper - pagina 113

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987

Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's