Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

De Vrije Universiteit na Kuyper - pagina 253

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De Vrije Universiteit na Kuyper - pagina 253

De Vrije Universiteit van 1905 tot 1955, een halve eeuw geestesgeschiedenis van een civitas academica.

2 minuten leestijd

Op de achtste vergadering, op 11 maart 1939 gehouden, stelde

Hepp dat VoUenhoven nu geen overleg meer met Schilder mocht

voeren over de commissie-vergaderingen. VoUenhoven bleef echter

Schilder als lid in voUe rechten erkennen. Na een vinnige strijd in

een vergadering waar moties en besluiten elkaar opvolgden, werd

VoUenhoven verzocht de vergadering te verlaten, waaraan hij onder

protest gehoor gaf. De predikanten Schouten, Thijs en Diemer en

de VU-hoogleraren Aalders en Hepp bleven als romp-commissie

hun werk voortzetten.

Daarnaast stelden VoUenhoven en SchUder, geholpen door ds.

C. Veenhof, een eigen rapport samen.

Eind 1938 vond dus de formele beschuldiging van VoUenhoven

door de Theologische Faculteit bij Curatoren plaats en kort daarop

werd hij uit de onderzoeks-commissie van de synode gezet. Intussen

antwoordde hij op 14 februari 1939 aan Curatoren dat hij ondub-

belzinnig met de belijdenis instemde. Inzake de inhoud der

beschuldiging verwees hij naar een eerder afgelegde verklaring en

naar de door hem ingezonden nota's.

Curator dr. W.A. van Es besloot nu om de zaken eens op een

rijtje te zetten. Hij was ook curator van de Theologische School te

Kampen. Kerkrechtelijk was hij een tegenstander van het nieuwe

kerkrecht van H.H. Kuyper, maar hij deelde de bezwaren van de

Theologische Faculteit. Uit de reglementen en de geschiedenis

concludeerde Van Es dat de taak van de VU-curatoren bij het

ontslag van een hoogleraar meer voorbereidend dan leidend was.

De Senaat moest uitmaken wat de gereformeerde beginselen van de

VU-grondslag inhielden en op de Jaarvergadering van de

Vereniging moest de eindbeslissing vaUen over het handhaven van

VoUenhoven. Bij de bezwaren van de faculteit ging het vooral 'om

het wezen van den mensch, en de samensteUende deelen er van,

wat niet aUeen theologisch van belang is, maar ook belang voor de

andere faculteiten heeft', schreef hij aan Curatoren. Hier was een

algemeen beginsel in het spel. VoUenhoven moest, volgens hem, een

bredere toehchting geven dan reeds eerder ingezonden, en de

faculteit moest haar klacht tot de juiste proporties terugbrengen.

Curatoren vroegen nu aan VoUenhoven om een uitvoerige

verklaring. Uit de nieuwe brief, die hij op 4 april 1939 aan

Curatoren schreef, citeer ik enkele passages over de ziel en over de

bezwaren als zodanig en ook het slot. Over de ziel merkte

VoUenhoven op:

247

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987

Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's

De Vrije Universiteit na Kuyper - pagina 253

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987

Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's