Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

De Vrije Universiteit na Kuyper - pagina 204

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De Vrije Universiteit na Kuyper - pagina 204

De Vrije Universiteit van 1905 tot 1955, een halve eeuw geestesgeschiedenis van een civitas academica.

2 minuten leestijd

Waterink had dus de kritiek op zijn persoon afgeleid door kritiek

op Vollenhoven te leveren. Tegelijk ontstond verwijdering tussen

hem en zijn oude studiegenoot Schilder door zijn meedoen met het

Calvinistencongres. Juist dan zoekt Schilder contact met Vollen-

hoven en Dooyeweerd.

In de briefwisseling tussen Janse en Vollenhoven lezen we vanaf

1930 enige jaren lang veel kritiek op Schilder. Pas vanaf het C.S.B.-

congres 1934 kwam tussen Vollenhoven en Schilder de eerste

toenadering tot stand. Het was Schilder die contact zocht en op 22

juni 1934, na een lang gesprek met prof. V.H. Rutgers, een eerste

brief aan Vollenhoven en Dooyeweerd schreef. Tegelijk ontstond

toen ook de verwijdering tussen Schilder en Waterink, aan wde hij

een afschrift van zijn brief stuurde.

In 1932 schreef Vollenhoven dat hij De Reformatie niet las:

'indertijd heb ik haar opgezegd omdat de eindelooze polemieken

me te veel van de studierust kostten.' In 1934 schreef hij: "k lees

dit blad reeds lang niet meer: 't windt me te veel op te zien, hoe

week aan week ons volk wordt opgehouden met scholastiek, die er

soms nog beter ingaat dan de mooie artl. van Berkouwer c.s..'

Janse volgde Schilder echter nauwkeurig en schreef op 14 maart

1931 aan Vollenhoven: "k Heb aan Veenhof geschreven dat ik

vrees, dat Ds. Sch. straks de firma Hoekstra zou voortzetten als

"realistisch" theoloog.'

Janse had ook met Schilder zelf gecorrespondeerd en hem

ernstig gewaarschuwd tegen 'zijn Vemunft bij 't Woord' en tegen

'constructies van 't vernuftig gedachtenspel'. Janse schreef aan

Vollenhoven ook: 'Schilder was heel vriendelijk en erkende

gedeeltelijk in een uitvoerig schrijven en schreef alles weer aan

Veenhof. Schilder is anders zoo goed. De eenige haast die het

zeggen durft en "ootmoedig" is. Wat zou 't jammer zijn als hij straks

toch "ontspoorde" op de philosophisch reaUstische theologie.'

Op 1 februari 1933 schreef Vollenhoven aan Janse:

Maandag j.l. Veenhof hier gehad. Wat hij vertelde was in menig opzicht

interessant. In zonderheid om het licht dat daardoor viel op het karakter

van Schilder. Laten we hopen en bidden, dat hij ook inzake de kerk

(inclusief school) tot helderder inzicht komt.

't Zou goed zijn als we met hem konden samenwerken, maar 't kan,

zooals de zaken nu staan, nog niet, zal althans van werkelijke

homogeniteit sprake zijn.

198

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987

Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's

De Vrije Universiteit na Kuyper - pagina 204

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987

Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's