Dr. Abraham Kuyper en de Vrije Universiteit - pagina 227
Kenmerkend voor de persreacties van bevriende zijde was, dat vrijwel
elke kuyperiaanse scribent de gedachte aan 'menschvergoding' noemde
en met nadruk bestreed. Ook aan hetgeen met nadruk wordt ontkend,
moet men aandacht besteden om te weten te komen, wat er zich afspeel-
de. Het was dus geen mensvergoding, maar het leek er blijkbaar wel op.
Door tegenstanders werd Kuyper een zeldzame man genoemd en ui-
terst merkwaardig. 'Van objectiviteit bij hem geen spoor', bij deze 'ge-
heel bijzondere persoonlijkheid'.
Waartoe diende dit alles? vroeg men zich af. Wat was het doel van
Kuyper?
Zelf gaf hij dit antwoord:
'mijn Standaard is mij nooit iets anders geweest dan een paard,
dat ik berijd, om den eindpaal van den weg des te sneller te berei-
ken, en in dien eindpaal lag mijn levensdoel.'
Dat doel was:
'Niet alleen om de Antirevolutionairen, maar, als het zijn mocht,
heel mijn volk en vaderland weer gelukkig te maken door het te-
rug te lokken naar die eenig betrouwbare paden des levens, die
voor mij afgeteekend liggen in de ordinantien Gods.'
Het Volksdagblad zei over dat doel: het ging om 'de ideé van de weder-
herstelling van het oude Hollandsche Calvinisme, als wereldbeschou-
wing en als richtsnoer voor de regeering van ons land.'
Om dat doel ook op regeringsniveau te bereiken was samenwerking
met de katholieken en met Lohman noodzakelijk. Zonder samenwer-
king met Lohman was voor Kuyper de kans op een rechtse regering ge-
ring. Vandaar dat één van de mooiste geschenken de brief van Lohman
was, die Kuyper enkele weken later ontving:
'19 April '97. 's Hage.
Geachte Oudambtgenoot!
Nu ik de stad, waarheen ik mij om de V. U. te helpen begeven
had, voor goed heb verlaten, is het wellicht het juiste oogenblik
over onze onderlinge verhouding een woord te schrijven. Ik doe
dat vooral, omdat door hoog ernstige mannen, die ik weet den
Christus lief te hebben, en die mij niet minder warm dan u gezind
zijn, telkens aangedrongen wordt, dat mijnerzijds althans niets
gedaan worde, dat de tusschen ons ontstane breuke grooter maakt
dan noodig is.
Met opzet heb ik, ik ontken dit niet, willen toonen dat - het
221
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 374 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 374 Pagina's