De Vrije Universiteit na Kuyper - pagina 118
De Vrije Universiteit van 1905 tot 1955, een halve eeuw geestesgeschiedenis van een civitas academica.
geplaatste onderwerpen geworden met los daarbij geleverde
transcendente kritiek.
In zijn artikel getiteld: De toeneming der logische geslotenheid in
de nieuwere physica, besprak Vollenhoven de algemene relativi-
teitstheorie van Einstein, die op 2 mei 1920 bijzonder hoogleraar te
Leiden was geworden. Het ging daarbij om de poging van Einstein
om de elektromagnetische krachtwerking en de zwaartekracht in
één theorie onder te brengen. Vollenhoven wees erop dat Einstein
wel grotere eenheid bracht, maar dat daarnaast Plancks
quantumtheorie stond. De fysica moest duidehjk van de wiskunde
worden onderscheiden. Ruimte was geen object der fysica maar der
wiskunde, en causaliteit behoorde wel bij de fysica en was geen
wiskundige categorie.
In datzelfde jaar schreef Dooyeweerd twee interessante
studies, die hij echter niet pubhceerde. M.E. Verburg beschreef ze
in zijn proefschrift over Herman Dooyeweerd; leven en werk van een
Nederlands christen-wijsgeer. Het eerste opstel, een methodologi-
sche inleiding, behandelde dezelfde werkwijze die Vollenhoven
voorstond in zijn kritiek op de Geschiedenis der Philosophie van
Hoekstra. Dooyeweerd sloot zijn opstel in het voorjaar van 1922 af
en Vollenhoven publiceerde in het najaar van 1922, maar de laatste
had die methode al in zijn proefschrift toegepast.
Het tweede opstel van Dooyeweerd ging over 'ons kritisch-
realistisch standpunt', waarbij het woord 'ons' op de samenwerking
met Vollenhoven duidde, want deze was van dat standpunt in zijn
proefschrift uitgegaan terwijl ook de door Dooyeweerd gebruikte
terminologie van Vollenhoven afkomstig was. In 1922 was Dooye-
weerd nog in verschillende opzichten van Vollenhoven afhankehjk
inzake zijn filosofische uitgangspunten.
Vollenhoven bepleitte toen de zelfstandigheid van het
mathematische, fysische, biotische en psychische. Daarnaast had
Dooyeweerd in 1922 de zelfstandigheid van het historische, sociale,
juridische en ethische al vastgesteld, zodat alleen nog het sluitstuk
in de brug tussen Vollenhoven en Dooyeweerd, het gebied van de
ziel, ontbrak. Aristoteles had wel een onderscheid gemaakt in de
vegetatieve, de animale en de rationele ziel, maar een nadere
bepaling van het biotische, het psychische en het logische ontbrak
doordat ze samen in het begrip ziel zaten opgesloten. Het begrip
substantiële, onsterfelijke ziel moest worden opengebroken om tot
goede onderscheidingen te kunnen komen.
114
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's