Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Dr. Abraham Kuyper en de Vrije Universiteit - pagina 135

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Dr. Abraham Kuyper en de Vrije Universiteit - pagina 135

2 minuten leestijd

Dilloo was aan hen toegevoegd voor de uitleg van het Oude Testament.

Hij was benoemd in de letteren en wijsbegeerte. Hij was in die faculteit

de enige hoogleraar tot dr. J. Woltjer op 8 oktober 1881 met een latijnse

oratie zijn ambt aanvaardde. Kuyper werd aan hen beiden toegevoegd,

waarop de faculteit der letteren en wijsbegeerte kon worden geconstitu-

eerd.

Maar Dilloo had zich in de VU vergist. Hij was een vertegenwoordi-

ger van de richting van Kohlbrugge binnen de Reformierte Kirche. Hij

had zich tegen het lutherse confessionalisme verzet en nu vond hij bij

Kuyper het calvinistische confessionalisme, gekenmerkt door een acti-

visme dat hem vreemd was. Hij vroeg ontslag en keerde met ingang van

1886 naar Duitsland terug, kort voordat ook andere volgelingen van

Kohlbrugge met Kuyper braken.

Zoals Rutgers met Kuyper in de theologische faculteit een tweespan

vormde, zo Woltjer met Kuyper in de letteren en wijsbegeerte. En dat

zou zo nog vele jaren blijven.

Vanaf het eerste begin wilde Kuyper, dat men ook een historicus voor

de vaderlandse geschiedenis aan de VU benoemde. Eerst werd over dr.

L.H. Wagenaar advies ingewonnen bij prof. R. Fruin te Leiden, maar

die durfde deze kandidaat niet aanbevelen, omdat zijn proefschrift on-

voldoende duidelijk aangaf dat hij voor die functie geschikt was. Daar-

na viel in 1883 het oog op dr. H.G. Kleyn. Kuyper vroeg Lohman om

bij prof. Acquoy advies te vragen, want directeuren hadden ingezien:

'Ie. dat voor de iuridische faculteit op dit oogenblik niemand be-

schikbaar bleek te zijn; 2e. dat Klein te Leiden een én wat beginsel

én wat soliditeit betreft uitnemend element aanbood; 3e. dat de

vaderlandsche geschiedenis waarvoor hij in aanmerking komt

broodnoodig dient vertegenwoordigd en een der beste middelen is,

om ons te verzoenen met velen.'

Maar deze brief werd gekruist door een brief van Lohman aan Kuyper,

waarin deze zichzelf toch beschikbaar stelde als professor in de juridi-

sche faculteit. De benoeming van Kleyn werd uitgesteld. Tijdens de Do-

leantie kwamen Lohman en Kleyn publiek tegenover elkaar te staan in-

zake het recht van de plaatselijke kerk. Later werd Kleyn hoogleraar te

Utrecht en de leerstoel geschiedenis bleef aan de VU nog vele jaren va-

cant.

Ook de vacature Dilloo werd na zijn vertrek niet opgevuld. Wel bood

een der curatoren zich aan, maar Lohman vond hem minder geschikt.

Dr. A.H. de Hartog kreeg daarop wel de titel hoogleraar, maar niet een

bijpassende leeropdracht. Hij kreeg stem bij de examens en hij werd bi-

131

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987

Publicaties VU-geschiedenis | 374 Pagina's

Dr. Abraham Kuyper en de Vrije Universiteit - pagina 135

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987

Publicaties VU-geschiedenis | 374 Pagina's