De Vrije Universiteit na Kuyper - pagina 185
De Vrije Universiteit van 1905 tot 1955, een halve eeuw geestesgeschiedenis van een civitas academica.
Prof. Haitjema heeft gelijk, maar dan zijn wij niet gereformeerd en
deugt het beginsel van de V.U. niet en moet b.v. Prof. Vollenhoven
ophouden met zijn calvinistische, theïstische, schriftuurlijke wijsbegeerte,
of het beginsel en de grondslag van de V.U. worden nog onverzwakt
gehandhaafd, maar dan moeten wij de dialectische theologie van Prof.
H. als niet-gereformeerd afwijzen.
Maar Schilder liet ook Grosheide aan het woord, die over
meerdere betekenissen van het woord gereformeerd schreef en
rector V.H. Rutgers, die de grondslag als uitgangspunt nam en de
invulling daarvan aan de deelnemende personen zelf overliet.
Toen Waterink op 26 mei 1934, zonder dat in de redactie te
melden, aan het organiseren van het tweede Calvinistencongres mee
ging doen, stelde Schilder hem voor het probleem dat de éne
redacteur niet het congres kon bestrijden en tegelijk een andere
redacteur het congres publiek kon steunen.
Omdat in het 'consortium', het beleidsorgaan van De Reformatie,
medewerkers aan het tweede Calvinistencongres zaten, en Tazelaar
voor Waterink koos, die zelf er ook aan meewerkte, overwoog
Schilder bij Kok in Kampen met een nieuw blad verder te gaan.
Maar de uitgever van De Reformatie zegde het contract met het
consortium op en droeg per 12 april 1935 de redactie aan Schilder
alleen op. Daarmee kreeg deze een positie die onafhankelijk was
van andere gereformeerde leiders. Behoudens de kerkelijke banden
was Schilder voortaan vrij om zijn kritiek op de eigen kring te
spuien.
Intussen kwam in 1934 van Schilder een dogmatisch boek uit,
waarin hij over tijd, eeuwigheid en de geschiedenis schreef, getiteld:
Wat is de Hemel? Zoals Dooyeweerd inzake kern, hart en wortel in
de tijd gedachten van Kuyper overnam en verwerkte, zo
theologiseerde Schilder verder over gedachten van Kuyper inzake
de vrederaad in de eeuwigheid van God.
Schilder ging in zijn theologie uit van de vrederaad, waarover hij
schreef:
een vóór den tijd tusschen Vader, Zoon en Geest van eeuwigheid
gestelde bondsrelatie, waarin zich elk der drie goddelijke Personen aan
den ander bond in eeuwige toeneiging; omdat elk van deze drie zou
doen wat noodig was ter behoudenis van de wereld, ter toebereiding
179
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's