De Vrije Universiteit na Kuyper - pagina 188
De Vrije Universiteit van 1905 tot 1955, een halve eeuw geestesgeschiedenis van een civitas academica.
wat God heeft bereid voor degenen, die Hem liefhebben', om
vervolgens met hem verder te gaan: 'Want óns heeft God het
geopenbaard door den Geest. Want de Geest doorzoekt alle
dingen, zelfs de diepten Gods.'
Dat was het werk van de theologen: de Geest naspreken en
nadenken op grond van de bijbeltekst. Want alle logische conclusies
uit de bijbelteksten mocht men voor waar doorgeven.
Zo had ook Bavinck gedaan, en hij had ook de eeuwigheids-
formule van Boëthius aanvaard toen hij schreef:
Boëthius omschreef de eeuwigheid Gods daardoor, dat Hij interminabilis
vitae plenitudinem totam pariter comprehendit ac possidit en Thomas
als interminabilis vitae tota simul et perfecta possessio. En zoo spreken
alle theologen, niet alleen van Roomsche, maar ook van Luthersche en
Gereformeerde belijdenis.
God bezat dus geheel, omvattend en gelijktijdig de volheid van
oneindig en perfect leven. Met zijn tijd-speculaties was Schilder
gewoon een leerling van Bavinck. Maar Bavinck legde ook een
ander accent, toen hij zelf opmerkte:
Het is God, die met zijne eeuwige kracht den tijd in zijn geheel en in
ieder oogenblik draagt. God doordringt den tijd en ieder tijdsmoment
met zijne eeuwigheid. In iedere seconde klopt de polsslag der
eeuwigheid. God staat dus in relatie tot den tijd. Hij gaat met zijne
eeuwigheid in in den tijd. De tijd is ook objectief voor Hem. Hij kent
in zijn eeuwig bewustzijn den ganschen tijd en de successie van al zijne
oogenblikken. Hij zelf wordt daardoor niet tijdelijk, niet aan tijd, maat,
getal onderworpen; Hij blijft eeuwig en woont in de eeuwigheid. Maar
Hij gebruikt den tijd, om daarin zijne eeuwige gedachten en deugden
tot openbaring te brengen; Hij maakt den tijd aan de eeuwigheid
dienstbaar en bewijst zich alzoo te zijn de Rex seculorum, 1 Tim. 1 vers
17.
Bij Bavinck gaat God als de Koning van de eeuwen met de door
Hem geschapen tijd mee, terwijl bij Schilder de tijd en geschiedenis
na de laatste dag in de eeuwigheid van God worden opgenomen.
Bij Schilder vinden we geen overwicht van Gods genade, maar een
evenwichtsconstructie van verkiezing en verwerping en van hemel en
van hel. Naar mijn oordeel verschuift hij daarmee de dialectiek van
ons aller bestaan, van het kwaad in de goede schepping, naar Gods
eeuwigheid. Toch mag God niet de Schepper van het kwaad
182
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's