Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Dr. Abraham Kuyper en de Vrije Universiteit - pagina 31

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Dr. Abraham Kuyper en de Vrije Universiteit - pagina 31

3 minuten leestijd

punt gestoffeerd bleek, uitteraard voor mij gesloten moest blij-

ven, zag ik met beslistheid van het dingen naar den prijs af en ging

den Hoogleeraar de Vries dit mededeelen. Deze echter had met

mijn besluit geen vrede. Hij zag niet in waarom de poging niet ge-

waagd kon, daar toch mijn mededifigers over geen beter hulpmid-

delen beschikten. Bovendien, het stond zoo hopeloos niet... Ik

moest alvast maar eens beginnen, met zijn vader, destijds nog pre-

dikant te Haarlem, te bezoeken. Die had veel van Kerkhistorie. En

ook al bezat hij van a Lasko zelf niets, licht bracht zijn aanwijzing

mij op het spoor. De drang was te welgemeend, om weerstaan te

worden, en ik ging naar Haarlem.'

Ook dit begin van Kuypers beroemde bekeringsverhaal blijkt wat sterk

bijgekleurd. De gedrukte catalogus van de universiteitsbibliotheek te

Groningen vermelde toen drie titels van Laski, maar die van Utrecht ze-

ven stuks, terwijl een achtste titel waarschijnlijk via de kaartcatalogus

te achterhalen was. Verder blijkt uit de brieven van Bram aan zijn ver-

loofde dat hij weinig geld voor een reis had. Hij ging op zaterdag 7 mei

1859 haar in Rotterdam opzoeken en reisde maandag vandaar naar

Utrecht, waar hij de bibliotheek bezocht. Daarna ging hij om vijf uur

naar Amsterdam waar hij bij zijn toekomstige zwager, Jan Mond, lo-

geerde. Vandaar ging hij op 10 mei met de eerste trein naar Haarlem en

's middags weer terug naar Amsterdam, waar hij met Jan de Opera be-

zocht. De volgende dag ging hij terug naar Leiden, waarbij hij één trein

in Haarlem overbleef. Toen had hij de begeerde buit binnen.

Maar wat schreef hij tien jaar later?

'Ik ging naar Haarlem. Daar vond ik den eerbiedwaardigen grijs-

aard, die sinds ten grave werd gedragen, . . . voorzoover hij zich

herinnerde, was er in zijn boekerij van het door mij gezochte

niets. . . . Toch wilde hij het nazien en noodigde mij uit een week

later hem een nader bezoek te brengen. Deze uitkomst stelde mij

niet te leur. Ik had het niet anders gedacht, en meer om in den

Haarlemmerhout nog eens een schoonen middag te genieten dan

in de hoop op goede vondsten stapte ik, acht dagen later, weer in

het spoor, om den uitslag van het onderzoek te vernemen.'

'Maar hoe u nu mijne gewaarwording te doen gevoelen, toen ik,

bij den grijzen prediker toegelaten en op het vriendelijkst ontvan-

gen, hem als de eenvoudigste zaak ter wereld mij hoorde zeggen:

Dat heb ik gevonden! en hem daarbij wijzen zag naar een vrij rijke

verzameling duodecimo's, die op een tafel onder het penant ge-

reed lagen. In trouwe, ik geloofde mijne oogen nauwelijks. Of

27

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987

Publicaties VU-geschiedenis | 374 Pagina's

Dr. Abraham Kuyper en de Vrije Universiteit - pagina 31

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987

Publicaties VU-geschiedenis | 374 Pagina's