Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

De Vrije Universiteit na Kuyper - pagina 263

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De Vrije Universiteit na Kuyper - pagina 263

De Vrije Universiteit van 1905 tot 1955, een halve eeuw geestesgeschiedenis van een civitas academica.

2 minuten leestijd

"eigenlyk een scheiding (zou) moeten aanbrengen tusschen tydelyke en

boven-tydelyke harten".

De nota's van VoUenhoven en Dooyeweerd bleven tot voor kort

onbesproken in het archief van de VU-curatoren liggen. Alleen dat

deel waarin Dooyeweerd van VoUenhoven verschilde, heb ik

overgenomen. Door de orde van de wetskringen als een tijdsorde

op te vatten, had Dooyeweerd een daar bovenuit gaand

Archimedisch punt nodig. In zijn wetenschapsopvatting was

datzelfde punt nodig als verbindingspunt tussen het logisch inzicht

en de wetskring van een bepaald vakgebied. Wetenschappelijke

kennis bestond bij hem uit de verbinding tussen logisch inzicht en

vakgebied. Dat hogere standpunt was niet in het logische inzicht of

de rede te vinden, want dat was onderdeel van hetgeen tegenover

elkaar geplaatst werd. Niet door de rede maar door het boven-

tijdehjke hart was de verbinding tussen logisch inzicht en vakgebied

mogelijk. Of volgens de formulering van Dooyeweerd: 'De theoreti-

sche analyse voor-onderstelt echter de volle ik-heid of zelfheid, van

welke deze abstractie-werkzaamheid uitgaat.'

Indien dit punt niet was te vinden in een neutrale rede of de

Vernunft, en wel in de volle ikheid, dan was dit uitgangspunt niet

onbevooroordeeld, dan werd de reUgieuze keuze van het hart van

bepalende betekenis.

Toen Dooyeweerd in Vox Theologica een artikel schreef over

'De niet-theoretische voor-oordeelen in de wetenschap', werd hij

door de redactie van het maandblad Synthese uitgenodigd dit thema

in een artikel uit te werken. Hij noemde zijn bijdrage De Transcen-

dentale Critiek van het Wijsgerig Denken, en met die titel diende

Dooyeweerd zich voor het eerst als een gesprekspartner van

Immanuel Kant aan. Kant meende in het theoretische denken zelf

het Archimedisch punt van zijn kennistheorie te kunnen vinden.

Dooyeweerd vond dat een dogmatisch standpunt en stelde opnieuw

de vraag naar het Archimedisch punt als het 'transcendentaal

grondprobleem aller mogelijke wijsbegeerte.'

In een bespreking van het boek Philosophic und Sophistiek van

prof. dr. B.J.H. Ovink in het G.T.T. van mei 1941 plaatste

Dooyeweerd een eerste transcendentale grondvraag vóór de eerder

aan de orde gestelde vraag naar het Archimedisch punt. Daarmee

werd die vraag naar het Archimedisch punt de tweede transcenden-

tale grondvraag. Dooyeweerd merkte op dat aan de vraag naar de

257

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987

Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's

De Vrije Universiteit na Kuyper - pagina 263

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987

Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's