Dr. Abraham Kuyper en de Vrije Universiteit - pagina 319
'De psyche der volken verschilt ten slotte niet veel van de psyche
der menschen. Engeland oefent in dezen oorlog metterdaad een
soortgelijke betoovering uit op de geesten. Wat Amerika in het
groot en grof onder Engelands invloed bestond tegen Holland,
herhaalt zich in het klein in menig menschenleven.
Alleen wie het ondervond, herkent en begrijpt.'
Met die laatste zin, 'alleen wie het ondervond, herkent en begrijpt', zei
ze dat ze uit eigen ervaring sprak. Omdat het haar vader betrof en zij
dagelijks met hem te maken had, kon ze niet duidelijker zijn. Ze schreef
uit eigen ondervinding over een betoverende man met gewillige volgelin-
gen, die zij onder haar medemensen had leren kennen; dat was dus haar
vader al zei ze dat niet onomwonden.
Deze citaten van een vriend en oudste dochter geven te denken. In ieder
geval blijkt eruit dat in de eigen gereformeerde kring de vriendschap en
dagelijkse zorg voor Kuyper gepaard ging met diepgaande kritiek. De
leiders in de gereformeerde kring hadden wel degelijk oog voor de zwak-
ke zijden van Kuyper.
Vooral de mensen die door de meditaties van Kuyper gesticht werden in
hun geloof, en daartoe behoorden ook Lohman, Hovy en Idenburg,
hebben hem liefgehad. Maar dat geloofsleven van Kuyper, voor zover
hij daarin anderen door zijn publikaties liet delen, roept enkele vragen
op.
Als een echt vriend heeft Idenburg de kern van zijn bezwaar aan Kuyper
zelf voorgelegd. Kuyper beschouwde namelijk, schreef Idenburg in 1916
aan zijn vrouw: 'Gods werk als het zijne, en zijn werk als Gods werk.'
De problematiek die Idenburg aan Kuyper voorlegde, en die Puchinger
doorgaf, raakte het hart van de kuyperiaanse VU:
'Het persoonlijke trad in den gedachtengang van Dr. Kuyper zoo
sterk op de voorgrond dat ik hem in verband met deze zaken eens
vroeg of het wel werkelijk de zaak des Heeren was, die hij op poli-
tiek terrein wilde dienen en of het niet meer om zijn eigen zaak
(eer, macht, glorie) ging. Hij antwoordde mij toen: "Het kan zijn
dat je gelijk hebt, maar ik geloof het niet. Je moet niet vergeten,
als men zijn heele leven, al zijn tijd, al zijn krachten aan een zaak
heeft gegeven dan is men ten slotte met die zaak zoozeer samenge-
groeid dat men niet precies meer kan onderscheiden wat geschiedt
ter wille van de zaak op zich zelf en wat geschiedt voor het eigen
ik op zichzelf. Gemeenlijk zullen die twee ineenlopen".'
In deze vraag van Idenburg en dit antwoord wordt aangenomen, dat het
313
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 374 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 374 Pagina's