Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

De Vrije Universiteit na Kuyper - pagina 261

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De Vrije Universiteit na Kuyper - pagina 261

De Vrije Universiteit van 1905 tot 1955, een halve eeuw geestesgeschiedenis van een civitas academica.

3 minuten leestijd

Ja, deze betoogtrant is toch inderdaad niet bepaald "diepgaand". Hy

berust, naar het schynt, op twee zonderlinge onderstellingen: Ie dat

volgens de W.d.W. de zelfheid van den mensch reeds vóór den

lichamelyken dood een van het "lichaam" gescheiden (en maar niet

onderscheiden) bestaan zou voeren en 2e dat alles wat in den tyd

bestaat, reeds op dien grond een plaats in de ruimte zou innemen.

(Noot: Althans ik begryp niet, wat anders het woord "waar" in zyn vraag

moet beteekenen. Ik geef echter by voorbaat de mogelykheid van

misverstand mynerzyds toe. Bedoelt myn collega slechts "in den hemel"

of "op aarde" dan vindt myn vraag beantwoording onder Ie.) Beide

onderstellingen zyn niet slechts foutief, maar eenvoudig "ongerymd" en

het is dus geen wonder, dat de daaruit gemaakte gevolgtrekkingen

eveneens, gelyk myn collega het in zyn eigenaardig gekruide taal

uitdrukt, "ziek van tegenstrydigheid" zyn!

Wat de eerste onderstelling aangaat, moge ik volstaan met de

opmerking, dat het hart (of de ziel) van den mensch in zyn (haar)

tydelyke levensuitingen (als ruimtelykheid, beweging, organisch leven,

voelen, denken, handelen, enz.) natuurlyk aan den tyd onderworpen is.

Deze tydelyke levensuitingen kunnen gedurende ons leven hier op

aarde niet van hun wortel of centrum worden losgemaakt. Wy zelve zyn

in heel ons tydelyk optreden, d.i. in heel ons leven in dit "lichaam", aan

den tyd onderworpen.

De vraag is alleen of wy niet tegelyk in het hart, als religieus

levenscentrum, de kosmische tydsorde, waarin alle vergankelyke dingen

gevoegd zyn, te boven gaan, in dien zin boven het tydelyke uitgaan.

Dit laatste is naar myn opvatting inderdaad het geval. Ware het niet

zoo, dan zou het onloochenbare eeuwigheidsbesef in 's menschen hart

niet zyn te verklaren en zou het in identiteit voortbestaan van de "ziel"

na den lichamelyken dood inderdaad moeilyk zyn te handhaven. (Noot:

Want de "ziel" behoeft niet in het laatste der dagen te worden

"opgewekt" gelyk het "lichaam".)

De vraag van myn collega: Waar is dan dat hart?, zou ik, wanneer ik

hem juist heb begrepen, met hetzelfde recht aan hem kunnen stellen

met betrekking tot de 7xe.\theorie, welke hy in zyn proefschrift heeft

verdedigd.

Immers zyn onsterfelyke "anima rationalis" neemt toch evenmin een

plaats in de ruimte in. Ons denken, onze begrippen, onze gevoelens en

begeerten zyn evenmin te localiseeren, daar zy als zoodanig geen

ruimtelyk karakter dragen.

Overigens kon myn ambtgenoot, als hy myn boek inderdaad goed

gelezen had, weten, dat volgens myn opvatting iedere poging het boven-

tydelyke in begrip te vatten, noodwendig in de antinomie moet voeren,

omdat dit een poging tot overschryding van de grenzen van ons denken

is.

255

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987

Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's

De Vrije Universiteit na Kuyper - pagina 261

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987

Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's