De Vrije Universiteit na Kuyper - pagina 261
De Vrije Universiteit van 1905 tot 1955, een halve eeuw geestesgeschiedenis van een civitas academica.
Ja, deze betoogtrant is toch inderdaad niet bepaald "diepgaand". Hy
berust, naar het schynt, op twee zonderlinge onderstellingen: Ie dat
volgens de W.d.W. de zelfheid van den mensch reeds vóór den
lichamelyken dood een van het "lichaam" gescheiden (en maar niet
onderscheiden) bestaan zou voeren en 2e dat alles wat in den tyd
bestaat, reeds op dien grond een plaats in de ruimte zou innemen.
(Noot: Althans ik begryp niet, wat anders het woord "waar" in zyn vraag
moet beteekenen. Ik geef echter by voorbaat de mogelykheid van
misverstand mynerzyds toe. Bedoelt myn collega slechts "in den hemel"
of "op aarde" dan vindt myn vraag beantwoording onder Ie.) Beide
onderstellingen zyn niet slechts foutief, maar eenvoudig "ongerymd" en
het is dus geen wonder, dat de daaruit gemaakte gevolgtrekkingen
eveneens, gelyk myn collega het in zyn eigenaardig gekruide taal
uitdrukt, "ziek van tegenstrydigheid" zyn!
Wat de eerste onderstelling aangaat, moge ik volstaan met de
opmerking, dat het hart (of de ziel) van den mensch in zyn (haar)
tydelyke levensuitingen (als ruimtelykheid, beweging, organisch leven,
voelen, denken, handelen, enz.) natuurlyk aan den tyd onderworpen is.
Deze tydelyke levensuitingen kunnen gedurende ons leven hier op
aarde niet van hun wortel of centrum worden losgemaakt. Wy zelve zyn
in heel ons tydelyk optreden, d.i. in heel ons leven in dit "lichaam", aan
den tyd onderworpen.
De vraag is alleen of wy niet tegelyk in het hart, als religieus
levenscentrum, de kosmische tydsorde, waarin alle vergankelyke dingen
gevoegd zyn, te boven gaan, in dien zin boven het tydelyke uitgaan.
Dit laatste is naar myn opvatting inderdaad het geval. Ware het niet
zoo, dan zou het onloochenbare eeuwigheidsbesef in 's menschen hart
niet zyn te verklaren en zou het in identiteit voortbestaan van de "ziel"
na den lichamelyken dood inderdaad moeilyk zyn te handhaven. (Noot:
Want de "ziel" behoeft niet in het laatste der dagen te worden
"opgewekt" gelyk het "lichaam".)
De vraag van myn collega: Waar is dan dat hart?, zou ik, wanneer ik
hem juist heb begrepen, met hetzelfde recht aan hem kunnen stellen
met betrekking tot de 7xe.\theorie, welke hy in zyn proefschrift heeft
verdedigd.
Immers zyn onsterfelyke "anima rationalis" neemt toch evenmin een
plaats in de ruimte in. Ons denken, onze begrippen, onze gevoelens en
begeerten zyn evenmin te localiseeren, daar zy als zoodanig geen
ruimtelyk karakter dragen.
Overigens kon myn ambtgenoot, als hy myn boek inderdaad goed
gelezen had, weten, dat volgens myn opvatting iedere poging het boven-
tydelyke in begrip te vatten, noodwendig in de antinomie moet voeren,
omdat dit een poging tot overschryding van de grenzen van ons denken
is.
255
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's