Dr. Abraham Kuyper en de Vrije Universiteit - pagina 342
Noten p. 171-176
p. 171, r. 14, onbeperkte vrijheid: A. Kuyper, Bedoeld noch gezegd. Amsterdam
1885, p. 9.
p. 172, r. 4, aanraking: KWerkHG dl. 1 p. 55, 31 en 32.
p. 172, r. 37, antithese: KEncy dl. 2 p. 99 en 102.
p. 173, r. 12, wat wilde hij: RulIKB2 p. 137.
p. 174, r. 13, tussenschuiven: A. Kuyper, Tweeërlei vaderland. Amsterdam
1887, p. 10, 37 en 38.
p. 176, r. 6, eerste roepstem: KGGr dl. 1 p. 5 en 9. Bavinck hield zijn rede over
De algemeene genade op 5 dec. 1894. Kuyper was toen nog ziek in het buiten-
land tot 31 dec. In De Heraut liep toen de serie Van de engelen. Op 28 april 1895
werd de intekening opengesteld op de Gereformeerde Dogmatiek van Bavinck,
waarvan het eerste deel in mei verscheen. Daarna zegde Bavinck aan Kuyper
hulp toe inzake Lohman. De aanval op Lohman op 'Seinpost' vond 26 juni
plaats. Op 7 juli werd het slot Van de engelen in De Heraut gepubliceerd, en
de serie Van de gemeene gratie begon 1 september 1895.
Bij Bremmer, Herman Bavinck en zijn tijdgenoten ontbreekt de brief van Kuy-
per aan Bavinck van 15 jan. 1895:
'Nog altoos heb ik U te danken voor uw deelnemend schrijven en voor de toe-
zending van uwe oratie. Gelijk gij begrijpen kunt deed uw oratie mij reeds om
het onderwerp (de algemene genade) bijzonder genoegen, en uwe behandeling
verhoogde het genot, dat reeds in het onderwerp school. Ik vind het een uitne-
mend stuk. Alleen had ik voor de vruchtbaarheid ervan bij ons publiek wel ge-
wild, dat ge u eenigszins meer moeite hadt gegeven, om de consequenties van
dit dogma (!) voor de alzijdige practijk te signaleeren. Voor mij staat het er wel
in, maar zij, die ik zoo gaarne met meer liefde voor dat rijke dogma bezield zag,
kunnen deze peultjes niet doppen. Binnenkort hoop ik uwe oratie in de Her. aan
te kondigen. Na de Engelen had ik mij voorgenomen dit stuk breeder in de He-
raut als voorstuk uiteen te zetten, en doe dat na uw studie te liever. Dat er in mijn
Ene. onderscheidene punten zijn, waarbij ge een vraagteeken plaatst,
(be)vreemd mij niet. Misschien is er nog wel eens gelegenheid dit te bespreeken.
Over uw instemming met de hoofdgedachten verblijd ik me. Wat we toch wel
vooral zoo noodig hebben voor onze kerken en voor onze invloed op het pu-
bliek, is zekere eenparigheid ook in de voorstelling en bepleiting van onze begin-
selen.
Het terugkeren in het land was mij heerlijk, maar toch voel ik, dat ik het eerste
jaar nog piano aan moet spelen. De longen zijn vrijwel hersteld, maar de ver-
zwakking der zenuwen door de lange koorts doet zich ook in de hersenen nog
zeer gevoelen.
Groet uwe lieve vrouw zeer van mij en geloof mij steeds in warme verbonden-
heid, uw vr. en br. Kuyper.'
HDC Bavinck-archief.
p. 176, r. 33, vergeten: KGGr dl. 3 na blz. 484 met een nieuwe paginering van
1-91 ook in de tweede druk.
p. 176, r. 35, colleges: opgave van de collegestof in Verslag van de School voor
Hooger Onderwijs in het VU-jaarboek.
336
I tet^MMJÜIHiitfl^^B
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 374 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 374 Pagina's