De Vrije Universiteit na Kuyper - pagina 27
De Vrije Universiteit van 1905 tot 1955, een halve eeuw geestesgeschiedenis van een civitas academica.
dissertatie gevraagd en altijd kreeg ik den indruk dat Gij vraagdet uit
vriendelijke belangstelling. Waarom moest er nu juist zulk eene hatelijkheid
bijkomen?
Ik heb U geschreven wat ik op mijn hart had en zal er verder niet op
terugkomen.
R.H. Woltjer zou evenals zijn vader klassieke talen gaan doceren.
De letteren-faculteit kende in 1905 dus nog geen hoogleraar in het
Nederlands, de moderne talen of in de geschiedenis.
Ane (later Anne) Anema was een te Leiden gepromoveerde
jurist. Na Lohmans ontslag publiceerde hij in 1897 een boek over
Calvinisme en Rechtswetenschap, waarvan hij een exemplaar aan
Kuyper aanbood met de volgende informatieve brief:
Hooggeleerde Heer!
Bij dezen heb ik de eer U een exemplaar van mijn pas verschenen werkje
over het verband tusschen Calvinisme en Rechtswetenschap aan te bieden.
Tot recht begrip van het geheel zou ik nog gaarne het volgende te Uwer
kennisse brengen.
Bij hun huwelijk behoorden mijne ouders tot de welgestelde burgerklasse,
wier bezitting bestond in grondeigendommen. De bekende landbouw-crisis
in '78 bracht mijn vader, die juist vrij groote zaken in landerijen op touw
had gezet, in groote ongelegenheid, zoodat hij zich door een revolverschot
van het leven beroofde. Mijn moeder bleef toen alleen over met vier
jongens, waarvan ik de oudste, destijds 6 jaar was, terwijl ons kapitaal,
na afdoening der zaken, tot een luttele f. 30.000 geslonken was, en zij zelf
voortdurend lijdende bleef, geschokt om het geleden verlies. Deze
omstandigheden, gevoegd bij het vroeg beginnen met studeeren, en nog
allerlei familie-onaangenaamheden, die op mij als den oudste, vooral
drukten, deprimeerden reeds toen mijn gestel; een half jaar studiën te
Amsterdam aan de beide Academiën deed het overige, zoodat Paschen
1890 een hevige zenuwziekte mij aantastte. Een jaar lang heb ik toen niet
kunnen werken, daarna ben ik met groote inspanning weer aan den arbeid
gegaan, hoewel ik nog slechts zeer ten deele hersteld was. Daarbij namen
de financieele moeilijkheden toe: later ben ik door de Leidsche faculteit,
hoewel ze mijn Calvinistische sympathieën kende, geholpen, daarna verder
door mijn Oom Dijkstra.
Onder die moeilijke omstandigheden, waaronder naast de lichamelijke en
financieele beletselen last not least de totale intellectueele isolatie, heb ik
de stof voor mijn werkje verzameld. De inspanning voor de uitwerking
gevoegd bij een vrij drukke werkzaamheid van enkele maanden in een
practijk als adviseur en de zorg voor de gezondheid mijner moeder die
verleden jaar een gevaarlijke operatie moest ondergaan, hebben me thans
eenigszins een réchute bezorgd, in den vorm eener vrij ernstige nerveuse
23
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's