De Vrije Universiteit na Kuyper - pagina 135
De Vrije Universiteit van 1905 tot 1955, een halve eeuw geestesgeschiedenis van een civitas academica.
Dit standpunt van Bavinck werd gedeeld door de zoon en de
schoonzoon van L. Lindeboom, ds. C. Lindeboom en prof. T.
Hoekstra, en door dr. B. Wielenga, maar niet door de hoogleraren
Honig, Fabius, Greydanus en Ridderbos. De Afgescheidenen waren
daarin vooruitstrevender dan de volgelingen van Kuyper. Daardoor
raakte de daad van Zandvoort een zenuw.
Een slepende procedure kwam op gang met de beschuldiging
van independentisme, omdat aan het besluit geen overleg in de
classis was voorafgegaan.
Uiteraard kon Van den Brink zich beroepen op het Doleantie-
kerkrecht, want toen waren de kerken ook zelfstandig opgetreden.
Maar de tijden waren veranderd. Om de eenheid en de
Kuyperiaanse koers te bewaren, was nu een meer centralistische
leiding nodig. Prof. H.H. Kuyper achtte zich geroepen om die
leiding te geven, bijgestaan door zijn leerlingen en door de meeste
theologen van de VU en van Kampen, die in de belangrijkste
bladen redactionele posities bekleedden. Het begon met de strijd
tegen de kerkelijke emancipatie van de vrouw. Sindsdien werd de
centrale leiding van de synode steeds krachtiger doorgevoerd en
werd de democratische richting steeds meer onderdrukt.
Daarbij was De Reformatie het zorgenkind. Maar Hepp, die
zichzelf tot de progressieve theologen rekende, keerde zich tegen
de grootste vernieuwers binnen de redactie. Na Buytendijk verliet
ook dr. B. Wielenga de redactie van De Reformatie. Vanaf oktober
1924 bestond de redactie uit Prof. dr. V. Hepp, ds. K. Schilder, drs.
C. Tazelaar en dr. J. Waterink. De laatste begon zijn werk als
redactielid met de hem typerende zin: 'Wij zullen aan wijsbegeerte
wat gaan doen.'
Het consortium, het beleidsorgaan achter de redactie, zorgde
voor de informele contacten met de belangrijkste leiders.
Het biimenbrandje in Zandvoort was nauweUjks afgedekt toen in
Amsterdam-Zuid een steekvlam uitschoot. Broeder H. Marinus
klaagde zijn predikant, dr. J.G. Geelkerken, aan wegens afwijking
van de leer in een preek over de zondeval in het paradijs, op
zondag 23 maart 1924 gehouden. Sussen hielp niet, want Marinus
hield tegenover de voltallige kerkeraad zijn aanklacht vol. Tenslotte
werd na een langdurige procedure begin 1926 te Assen een
vervroegde synode gehouden om over de zaak-Geelkerken te
besUssen.
131
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's