Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

De Vrije Universiteit na Kuyper - pagina 30

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De Vrije Universiteit na Kuyper - pagina 30

De Vrije Universiteit van 1905 tot 1955, een halve eeuw geestesgeschiedenis van een civitas academica.

2 minuten leestijd

De sociologie behoorde in 1900, evenals de economie, nog tot de

juridische faculteit. Anema nam toen van Kuyper de vaste indeling

in vijf faculteiten over, zodat hij de sociologie als een onderdeel

van de juridische wetenschap behandelde. Hij volgde de redenering

van Kuyper zonder aarzelen:

Zagen we, dat in de vijf faculteiten de organische indeeling gegeven is,

waarin het wetenschappelijk geheel zich als vanzelf splitst, omdat het

leven zelf zich naar dat vijfderlei gebied verdeelt, dan moet ook uit het

subject als centrum die vijfderlei relatie zich laten terugvinden. En die is

dan ook gegeven, omdat het subject ten eerste, zich in alles afhankelijk

gevoelt van zijn God, en dus omtrent Hem zich kennis wil verwerven

(theologische fac), dan zijnerzijds de natuur buiten hem wil

beheerschen (natuurkundige fac), voorts zich als mensch tegenover

medemensch in allerlei verhoudingen geplaatst vindt (juridische fac), en

eindelijk zoowel zijn psychisch bestaan (philologische fac.) als zijn

somatisch aanzijn (medische fac.) tegenover zich objectiveert, en in die

vijf grondrelatien zit heel de wetenschap in.

Toch bracht Anema toen al een beperking aan, want volgens hem

ging het in de rechtswetenschap slechts om intermenselijke

rec/if^verhoudingen, en niet om ethische verhoudingen. Tot de

sociologische groep van de rechtswetenschap rekende Anema

daarom alleen maar het privaatrecht, de civiele rechtsvordering en

de sociale economie, waartoe het belastingrecht, handelsrecht en

arbeidsrecht volgens hem behoorden.

Duidelijk het Anema bUjken dat hij de zo opgevatte sociologie

gaarne walde dienen als 'de godin van zijn hart'.

Toen Bavinck aan de VU was benoemd, het Anema hem weten

dat hij naar collegiale omgang streefde. Hij schreef in zijn

felicitatiebrief bij de benoeming van Bavinck:

Tenslotte zou ik U nog een vraag willen doen. Ik heb het voorrecht bij al

de A'sche Heeren aan huis te komen en tot hen in persoonlijke

vriendschappelijke verhouding te staan. Ik zou U willen verzoeken of U

mij niet zoudt willen veroorloven, wanneer ik, zooals van tijd tot tijd het

geval is, Amsterdam weer eens bezoek, ook eens bij U mij te komen

presenteeren ter persoonlijke kennismaking? Dit voorrecht zou door mij, èn

persoonlijk èn in het belang van mijn arbeid, -zéér op prijs worden gesteld.

Eindelijk, acht jaar na het ontslag van Lohman, werd Anema

benoemd tot hoogleraar in het burgerhjk recht.

26

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987

Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's

De Vrije Universiteit na Kuyper - pagina 30

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987

Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's