De Vrije Universiteit na Kuyper - pagina 171
De Vrije Universiteit van 1905 tot 1955, een halve eeuw geestesgeschiedenis van een civitas academica.
ook absoluut en loopt uit op de dictatuur. Deze integratie tot
'wirklich staatUche Allgewalt' laat geen ruimte voor grondrechten. In
deze staatsopvatting spelen allerlei mythologische motieven uit de
irrationele levensfilosofie mee. Deze integratie van de volkswil
betekent veel ruimte voor de massa met zijn mythen en staats-
symbolen.
In de beschrijving door Dooyeweerd van deze staatsopvatting is
het Nationaal-Socialisme van Hitler al helemaal aanwezig als hij
schrijft: 'In de marcheerende troep of de demonstreerende optocht
wordt zulk een functioneele integreering. ook in het staatsieven
toegepast.' Het rechtsaspect van de staat wordt geheel uitgeschakeld
en de politieke mythologie komt daarvoor in de plaats. Omdat de
parlementaire democratie volgens deze staatleer niet langer de
gewenste samenbundeling van macht bood, zou het Nationaal-
Socialisme deze moeten brengen, een 'unmittelbare Integration
durch Korporativismus, MiUtarismus, Mythus und ungezahlte andere
Techniken.' Zelfs wordt de 'siegreiche Krieg' als het 'soziale Ideal'
voorgesteld.
Duidelijker, zo concludeerde Dooyeweerd, 'kan de
historificeering van den zin van staat en recht niet worden
geformuleerd. Het recht is een secundaire vorm geworden, waarin
de godin der macht de bloedige decreten der historie schrijft!'
Zo toonde Dooyeweerd in 1931 al aan dat Duitse hoogleraren
mee de verantwoordelijkheid droegen voor Hitler-Duitsland met zijn
corrupte rechters. Het historisme, dat geen verankering van het
recht kende, leidde toen tot de rechteloze machtsstaat. Geen
wonder dat Dooyeweerd zocht naar een Archimedisch punt, naar
een verankering van de wetsorde, als die geheel in de tijdsorde
besloten Hgt. Niet minder dan Anema, heeft Dooyeweerd tegen het
Fascisme en Nationaal-Sociaüsme gewaarschuwd.
Van het op vijf plaatsen in De Crisis in de Humanistische
Staatsleer aangekondigde 'spoedig verschijnend werk over De
Wijsbegeerte der Wetsidee' kwam de eerste band in maart 1935, de
tweede vier maanden later en de derde band in september 1936
van de pers. Dooyeweerd noemde dit werk de eerste voorlopige
afsluiting van zijn levenswerk. Kern ervan was 'de ontdekking van
den religieuzen wortel van het denken zelve' en het verstaan 'welke
centrale beteekenis toekomt aan het "hart" dat door de Heilige
Schrift telkens weer als de rehgieuze wortel van heel het
menschelijk bestaan wordt in het licht gesteld.' In zijn strijd tegen
165
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's