De Vrije Universiteit na Kuyper - pagina 203
De Vrije Universiteit van 1905 tot 1955, een halve eeuw geestesgeschiedenis van een civitas academica.
Vollenhoven en Dooyeweerd hadden, zoals ik eerder betoogde, zich
tegen het substantiebegrip gekeerd. God aUeen komt de eer toe
substantie of hypostasis te zijn. Het schepsel bestaat niet op zichzelf
en kent niet iets hogers in zichzelf waarop men kan vertrouwen.
Waterink met zijn eerste promovendus dr. A. Kuypers enerzijds en
Hepp met ds. Steen en prof. Hoekstra anderzijds, hielden echter
aan het substantiebegrip vast. Onderling streden zij er over of de
ziel of het Ik het onsterfelijke en het hogere in de mens was.
Na de zomervakantie van 1934 vervolgde Waterink zijn serie
nog met tweemaal zes artikelen, waarin hij ondanks zijn
uitgesproken bedoeling toch tegen ds. H. Steen opponeerde. Het
laatste artikel verscheen op 12 april 1935 en dat eindigde met de
curieuze woorden: 'En hiermede nemen wij afscheid van Ds. Steen
en van de lezers van dit blad.'
Schilder was de enige redacteur geworden. Tazelaar en
Waterink waren opgehouden lid van de redactie te zijn.
Direkt na de vergadering van de redactie met de uitgever op 27
december 1934, waarin de uitgever besloot met Schilder alleen in
zee te gaan, had Waterink contact met uitgever Meinema te Delft
opgenomen om met een nieuw blad uit te komen.
Na enkele proefnummers kwam Meinema per oktober 1935 uit
met het Calvinistisch Weekblad. Behalve Tazelaar en Waterink
behoorden dr. C. Bouma en prof. dr. A Sizoo, de nieuwe
hoogleraar in de klassieke talen van de VU, tot de redactie. Deze
redactie zou het voeren van polemiek niet toelaten. Het ging om
culturele verbreding.
Hoe ormiogelijk het was om alle polemiek te weren, bleek
weldra toen dr. A. Kuypers een recensie schreef over de eerste
band van De Wijsbegeerte der Wetsidee door Dooyeweerd. Hij
schreef:
Het 'lichaam-zielprobleem' kan voor prof. D. slechts een schijnprobleem
zijn. Over lichaam en ziel spreekt hij op een wijze, die zoo nieuw en
vreemd aandoet, en die dermate een verwerping inhoudt van tal van
eeuwenoude, steeds als christelijk gekwalificeerde denkvormen, dat het
zeer de vraag is, of hij voor zijn nieuwe menschbeschouwing wel veel
gehoor zal vinden. Wie dit wetskringensysteem in zijn geheel aanvaardt,
kan bijv. niet meer spreken van de onsterfelijkheid der ziel, mag niet
meer zeggen, dat de mensch in wezen een persoon is.
197
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's