De Vrije Universiteit na Kuyper - pagina 211
De Vrije Universiteit van 1905 tot 1955, een halve eeuw geestesgeschiedenis van een civitas academica.
Het stemt mij tot groote dankbaarheid, dat ik van meetaf mijn
ambtgenoot Dr. VoUenhoven aan mijn zijde vond, die de algemeene
wijsbegeerte aan de Vrije Universiteit doceert, en wiens naam zich met den
mijnen onverbrekelijk verbonden heeft.
En tenslotte is het een verblijdend verschijnsel, dat ook onder de jongere
wetenschapsbeoefenaars zich langzamerhand een, zij 't al nog bescheiden,
kring van aanhangers begint te vormen, die ieder op eigen terrein willen
trachten, de nieuwere, aan de Vrije Universiteit ontwikkelde wijsbegeerte
vruchtbaar te maken.
Na het verschijnen van band n van De Wijsbegeerte der Wetsidee in
juni vond eind augustus het C.S.B.-congres 1935 plaats. Op dit
congres sprak Dooyeweerd voor het eerst over de grondmotieven in
de wijsbegeerte. VoUenhoven had die term geïntroduceerd in 1930
en uitgewerkt in zijn Het Calvinisme en de Reformatie van de
Wijsbegeerte. Dooyeweerd sprak altijd over de wetsidee, om
daarmee aan te geven wat uiteindelijk het laatste woord, de
soevereiniteit, in het leven heeft. Voortaan zou hij het woord
grondmotief gebruiken om de religieuze drijfkracht achter die
wetsidee te typeren.
Op het congres sprak Dooyeweerd over De wetsbeschouwing in
Brunner's boek 'Das Gebot und die Ordnungen'. Brunner was een
bondgenoot van Karl Barth geweest, totdat hij de betekenis van de
geboden en ordeningen voor het christelijke leven in de maat-
schappij ging waarderen. De theoloog Brunner sprak zich in zijn
boek uit over ethiek en recht, en nu waagde Dooyeweerd zich als
jurist op theologisch terrein. Met ironie zei hij daarover: 'Ik moge
mij bij de karakteriseering van Brunner's theologische ligging
beperken tot die punten, welke voor het verstaan van zijn
wetsopvatting strikt noodzakelijk zijn. En de theologen mogen mij,
als niet-theoloog, dit schuchter betreden van hun wetenschapsgebied
vergeven!"
Het was de bedoeling van Dooyeweerd om de studenten zelf in
hun religieuze grondmotief aan te spreken, toen hij zei:
Wanneer ik dan ook Brunner's theoretische gedachtengang met u ga
analyseeren en critiseeren, dan is mijn uiteindelijke bedoeling u dit
reli^euze grondprobleem als het centrale motief achter heel zijn
wetsbeschouwing te onthullen en u rechtstreeks te plaatsen voor een
stellingname, die het hart, den religieuzen wortel van heel uw bestaan,
205
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's