De Vrije Universiteit na Kuyper - pagina 121
De Vrije Universiteit van 1905 tot 1955, een halve eeuw geestesgeschiedenis van een civitas academica.
bezinning ontbrak door een vacature en door ziekte van collega's.
Vollenhoven was daardoor in deze periode sterk overbelast.
Janse antwoordde de volgende dag, op 8 november 1922, met
een brief van 22 kantjes, waarin hij zijn vorige brief breder
uitwerkte. Met deze brief doorbrak hij het scholastieke dualisme
van ziel en lichaam.
Door Driesch zag Janse in dat het organisme als zodanig één
geheel moest zijn, dus niet ziel plus lichaam, maar bezield-lichaam.
Hij schreef:
Ik ken in de practijk geen zielen als abstracte dingen binnen in m'n
kindertjes.
'Ziel' was daarmee neergehaald in de sfeer van het tijdelijke en in
onlosmakelijk verband met het stoffelijke. Zij kan dan niet als eeuwig en
niet op zichzelf bestaande worden geschouwd, ook niet als substantia
incompleta, maar lichaam is dan op te vatten als feitelijke mensch zooals
we hem zien en ziel is dan dezelfde feitelijke mensch zooals we hem door
innerlijke aanschouwing kennen bij onszelf en ook bij anderen door
analyse.
Bij Bavinck vond Janse, in zijn Bijbelsche en religieuze Psychologie,
de opmerking 'dat de Bijbel onze opvatting van ziel en hchaam in 't
geheel niet kent.'
Toen ging Janse zelf de Bijbel na en vond dat daar met ziel
meestal de gehele sterfeUjke mens werd bedoeld. 'Ik ben een ziel,
die denkt, voelt, wil; ik ben als levende ziel stoffelijk', en de
levende stof van de biologie bevat geen dualisme. 'Het voedsel als
dode stof wordt in mijn vlees levende stof en door het sterven weer
een dood lijk.' De wedergeboorte raakt niet rechtstreeks het zijn
van de mens, maar is een gebeuren van geestelijke vernieuwing.
'Niets eeuwigs is er aan ons bestaan op dit oogenblik op deze plek
der aarde. Metaphysisch is echter niet maar ons denken, voelen,
willen van eeuwige waarde, maar ook de kleinste stofjes, bijv. een
bacterie die ons den dood kan berokkenen. Metaphysisch zijn we
ah geheel op de eeuwigheid aangelegd.'
Maar deze heel belangrijke brief kreeg Janse terug. Mevrouw
H.M. VoUenhoven-Dooyeweerd schreef hem:
Even in groote haast 'n lettertje, 'k Zend U hierbij Uw correspondentie
terug, aangezien m'n man wegens overspanning in de Bouwmankliniek is
m
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's