Dr. Abraham Kuyper en de Vrije Universiteit - pagina 42
'O beste Jongen wat deed dien brief van gisteren mij goed, en hoe
is nu dat ééne duistere punt mijner toekomst geheel opgehelderd.
Ja Bram ik kan 't je nu zoo vrij schrijven, dikwijls was ik bezorgd
voor de toekomst als ik dacht dat jij Dominé moest worden, jij
die zoo veel meer om je werk geven zou, als om de betrekking die
je naderhand vervullen moest. Ik heb daar dikwijls over gedacht,
dikwijls bang over geweest, en toen je mij zoo vertelde dat als je
te Beest beroepen werd je dan om je werk een hulpprediker zou
trachten te nemen, dan dacht ik Neen dat is niet het ideaal wat ik
mij altijd voorgesteld had van een Dominé, en toen misschien
voor de eerste maal voelde ik dat ik beter over je gedacht had dan
je werkelijk was. Ja Bram toen viel je me tegen voor 't eerst in at
dien tijd dat wij zamen verkeerde. Toen voelde ik datje eerzuch ti-
ger was dan ik mij zelve had willen bekennen, en dat je om dien
eerzucht je betrekking niet goed zoude vervullen.'
Zij had Bram het boek over Guy gegeven om zijn hart te bereiken. Zij
was vroeger orthodox geweest, maar onder invloed van Bram was veel
van haar liefde voor Jezus verdwenen en was de eerbied voor de God
der deugd tot ontwikkeling gekomen. Zij hoopte dat Bram op Goede
Vrijdag goed over Jezus zou preken, maar ze kon zijn snelle bekering
niet meteen volgen. Hij moest van haar niet meteen verlangen dat zij nu
ook over niets anders schreef dan over zijn verandering. Wat moest hij
van haar denken als zij dat deed? Ze schreef hem:
'Bram zoo ik jou schreef als je 't hebben wou, dan zou je denken
Jo is niet oprecht, want onmogelijk is het dat zij ineens, enkel om-
dat ik zoo ben geworden, ook veranderd is, en bovendien strijd
het dan zoo met je gedachten dat je niet eens velen kan ik je
schreef over 't koopen van ons huishouden en over 't inpakken,
datje daar tot tweemaal toe op terug moest komen om mij te ver-
wijten ik je over zulke kleinigheden kon schrijven. Waarlijk voor
mij zijn dat geen kleinigheden en 't strijd ook niet met mijn gods-
dienstige gevoelens.'
De bekering bracht een wending in het leven van Kuyper, maar zijn ka-
rakter veranderde niet. Hij was een dwingende persoonlijkheid en Jo
Schaay kreeg daar door haar verloving en huwelijk haar levenlang mee
te maken. Kuyper rekende het gezinsleven tot de tedere zaken, hetgeen
samenhing met Kuypers mystieke waardering voor de echtgenote en
moeder. De erepositie van de vrouw werd bepaald door haar verant-
woordelijkheid in het heiligdom van het gezin. Het uitgesproken ideaal
38
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 374 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 374 Pagina's