Dr. Abraham Kuyper en de Vrije Universiteit - pagina 181
Universiteit als een nationale instelling. Het behartigen van de belangen
van het nationale vaderland en het ontwikkelen van de VU en de
A.R.Partij als nationale instellingen, werden de nieuwe programmapun-
ten van Kuyper. En daarmee ging ook samen een verdere emancipatie
van de kleine luyden, die nu ook een nationale taak kregen en een cul-
tuuropdracht.
De idee van de gemene gratie houdt bij Kuyper in dat met de zondeval
meteen de dood in radicale zin zou zijn ingetreden indien Gods genadig
ingrijpen er niet was geweest. De meest voor de hand liggende theologi-
sche vraag is dan of deze genadewerking niet moet worden toegeschre-
ven aan de Heilige Geest. Indien Kuyper de idee van de gemene gratie
voor 1887 zou hebben gekend, zou hij die in de serie over Het Werk van
den Heiligen Geest hebben moeten noemen, want dat werk bestaat bij
hem in het leiden van de schepping tot haar bestemming. Zijn program-
ma van die serie was het naspeuren van die werking in ons natuurlijke
leven en daarna in het bijzonder in het leven der wedergeboorte.
Maar het 'algemene' werk van de Heilige Geest werd nergens'algeme-
ne' of 'gemene' gratie of genade genoemd. Hij zei in dat werk, dat de
'voorbereidende genade alleen het deel van hen is, die ten leven verkoren
zijn'. De zondeval werd in dat boek nog gezien als een historisch proces
van verval naar de dood. Dus niet als een zodanig radicale val dat er al-
leen van dood en niet meer van geschiedenis gesproken kon worden, ten-
zij deze val meteen werd tegengehouden door 'genade'. In Kuypers nieu-
we visie moest de zonde meteen tegengehouden worden door genade,
omdat anders de dood zo radicaal zou zijn ingetreden dat er geen ge-
schiedenis meer plaats kon vinden.
Op 18 november 1888 werd in De Heraut vermeld dat deel II van Het
Werk van den Heiligen Geest was verschenen en dat deel III ter perse
was. Deel III zou uit slechts twee hoofdstukken bestaan.
Pas acht maanden later verscheen deel III, uitgebreid met een derde
hoofdstuk. Dit derde hoofdstuk bestond uit vijf artikelen, die Kuyper
in De Heraut van januari en februari 1889 schreef. Dat was dus een toe-
gift, geschreven na de eerste afsluiting van het driedelige boekwerk.
De term 'algemene genade' kwam voor het eerst voor in het artikel
van 3 februari. Daarin ging het over het gebed van onbekeerde zonda-
ren. Dat ook bij de honderden miljoenen mensen die geen christenen
waren, het bidden voorkwam was een reden om over 'algemene genade'
te schrijven. Dat was een halfjaar na de rede getiteld Tweeërlei Vader-
land.
Daarna zou het nog acht jaar duren voor Kuyper zijn serie over 'De
Gemeene Gratie' in De Heraut zou beginnen. Zes jaar lang zou Kuyper
175
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 374 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 374 Pagina's