Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

De Vrije Universiteit na Kuyper - pagina 266

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De Vrije Universiteit na Kuyper - pagina 266

De Vrije Universiteit van 1905 tot 1955, een halve eeuw geestesgeschiedenis van een civitas academica.

2 minuten leestijd

1. Wat is de onderlinge verhouding en samenhang der aspecten?

2. Wat is de diepere worteleenheid boven de verscheidenheid der

aspecten?

3. Waar is de oorsprong van die aspecten te zoeken?

De theoretische idee betrekt de verscheidenheid der aspecten die de

Gegenstands-relatie ons opdringt, op een diepere eenheid en op een

absolute oorsprong. De drie ideeën: onderlinge verhouding en

samenhang, worteleenheid, oorsprong, hangen samen; zij richten

volkomen de wetenschappelijke ontwikkeling.

Tot zover het Delftse verslag. Dooyeweerd sprak verder over de

vier grondmotieven, toen door hem in het kort weergegeven als:

1. Het vorm-materie-motief, dat de Grieks-Romeinse denkwereld

beheerste.

2. Het grondmotief der Christelijke religie, dat van schepping,

zondeval en verlossing door Christus Jezus; de waarachtige

Godsopenbaring.

3. Het grondmotief van natuur en genade; dit wordt door het

Rooms-KathoUcisme in het Avondland geïntroduceerd.

4. Het modem-Humanistische motief van natuur en vrijheid, dat al

de drie vroegere grondmotieven in zich poogt op te nemen,

door ze te betrekken op de religie der vrije menselijke

persoonlijkheid.

Vanaf 1941 sprak Dooyeweerd over vier rehgieuze grondmotieven.

Vóór het boek van Vollenhoven, Het Calvinisme en de Reformatie

der Wijsbegeerte uitkwam, ging Dooyeweerd uit van de antithese

tussen twee denkrichtingen, een christelijke en een immanente

denkrichting. Daarna kwam het synthese-motief van de scholastiek

erbij. Sinds hij in 1935 voor het eerst over grondmotieven sprak,

waren dat er drie geweest: het humanistische en het Christelijke

grondmotief en het scholastieke motief van natuur en genade. Dit

derde motief, dat van de scholastiek als synthese tussen Grieks en

bijbels denken, had hij bij Emil Brunner ontdekt en daarover op

het C.S.B.-congres 1935 gesproken. Toen Vollenhoven dat derde

motief van de synthese in de geschiedenis aanwees, was daartegen

eerst Waterink en toen de gehele Theologische Faculteit in opstand

gekomen.

Het was daarom bijzonder boeiend om te zien hoe Dooyeweerd

op 2 januari 1939 op de jaarvergadering van de Vereeniging voor

260

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987

Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's

De Vrije Universiteit na Kuyper - pagina 266

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987

Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's