De Vrije Universiteit na Kuyper - pagina 130
De Vrije Universiteit van 1905 tot 1955, een halve eeuw geestesgeschiedenis van een civitas academica.
Na veel discussie tussen VoUenhoven en Dooyeweerd, waarbij
vooral de plaats van de historische wetskring ter sprake kwam, werd
de logos als eerste van de normatieve wetskringen aangenomen,
gevolgd door de historische wetskring. A. Janse had in een brief
aan VoUenhoven het schema van de wetskringen getekend met het
logische als eerste of onderste van alle wetskringen. Daarop
reageerde VoUenhoven op 10 september 1928 als volgt:
Een opmerking over 't schema zooals U dat teekende: 't logische is m.i.
niet het laagst, wijl er 'n norm in ligt die b.v. 't getal enz. tot 't psychische
niet bezit zie 'k het tegenwoordig tusschen 't psychische en sociale in. 'k
Meende 't reeds eerder geschreven te hebben, indien niet, dan excuses.
Ook omtrent woordgebr. ziel in H.S. 't een en ander gevonden dat
volkomen voortbouwt op 't door U gevondene en tegelijk zich verhelderend
in de overige schema's voegt.
In de zomer van 1928 kwam het schema van de veertien
wetskringen gereed, nadat Janse al in 1922 de gegevens had
aangedragen voor het verband tussen de lagere wetssferen en
hogere gezichtsvelden. Het ging in de psychologie niet om de
zielkunde als de wetenschap van de geestelijke substantie in de
mens, maar om het gevoelsaspect. Als de bijbel over ziel sprak,
ging het ook niet om het hogere in de mens, maar vaak om de
levende mens als zodanig. De substantiële zielsopvatting, die Janse
in 1922 afwees, was het grote struikelblok om tot een goed inzicht
inzake de volgorde en samenhang van de wetskringen te komen.
Door dit inzicht in de rangorde der wetskringen werd het
dualisme van natuur en cultuur, van wetmatigheid en
verantwoordeUjkheid, op een fraaie wijze opgelost als het verschU
tussen wetten en normen binnen één wetsorde. Ook werd het
verschil tussen ding, plant, dier en mens duideUjk. Als actief subject
fungeert het ding in de eerste drie wetskringen en in aUe hogere
slechts als object. De plant fungeert als subject in dezelfde drie
wetskringen als het ding, maar bovendien in de biotische wetskring
van het leven. Een dier fungeert als subject tevens in de psychische
wetskring van het gevoel, maar dingen, planten en dieren fungeren
in de taal, de kunst, het recht, de hefde en het geloof aUeen als
object. Ze spreken niet maar worden genoemd en besproken. Ze
kunnen geen recht zoeken of recht doen maar ze kunnen wel
rechts-objecten worden.
126
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's