De Vrije Universiteit na Kuyper - pagina 170
De Vrije Universiteit van 1905 tot 1955, een halve eeuw geestesgeschiedenis van een civitas academica.
van wet en ordening van de modaliteiten door den mensch. De
grondgedachte van het systeem is van religieuzen aard.
Kuypers werkte de karakteristiek van de historische wetskring
breder uit in relatie tot de psychologische, analytische, linguïstische
en sociale wetskringen en hij legde daarbij grote nadruk op de
betekenis van de traditie in de cultuurgeschiedenis. Hij verdedigde
de historische modaliteit als kenmerk van de geschiedenis, zodat hij
daarin meer Dooyeweerd dan Vollenhoven volgde. Dooyeweerd had
de beschavings-ontwikkeling als de zinkem van de historische
wetskring genoemd en hij gebruikte nu de dissertatie om met enig
air te melden: 'Ik heb deze kriteria zelf uitvoerig geanalyseerd in
mijn boek De Wijsbegeerte der Wetsidee, waarin ik ook mijn
historiebeschouwing breeder zal uitwerken en adstrueeren.' Maar bij
die uitwerking werd de beschavings-ontwikkeling afgegrensd tegen
de traditie, die K. Kuypers accentueerde. De traditie trof niet de
zinkern van de geschiedenis, volgens Dooyeweerd.
Dooyeweerd was beducht voor het historisme, dat van geen
vastheid wilde weten. Door zijn studie van het historisme ontdekte
hij ook De Crisis in de Humanistische Staatsleer, die hij beschreef in
het Licht eener Calvinistische Kosmologie en Kennistheorie. Voor een
historicus is het boek met deze titel van groot belang, omdat het in
1931, dus twee jaar vóór de machtsovername door Hitler,
aantoonde hoe de Berlijnse school van R. Smend in de rechtsfilo-
sofie geheel besmet was met nationaal-sociaUstische grondgedachten.
De voornaamste vertegenwoordigers van die school waren
hoogleraren te Berlijn en te Bonn, hoogleraren die van de Duitse
filosofie van Dilthey en Husserl en van Hegel en van Nietzsche
uitgingen. Uit dit boek van Dooyeweerd kan men leren dat Heideg-
ger niet de enige besmette hoogleraar in Hitler-Duitsland was, en
dat verschillende juridische hoogleraren de weg van Hitler hebben
geplaveid.
In zijn De Crisis in de Humanistische Staatsleer heeft Dooyeweerd
al vroeg het gevaar van het Nationaal-Socialisme in de staatsleer
van de Berlijnse school aangewezen. Hij wees daarbij op de
volgende gedachtengang inzake staat en recht. De staat werd door
deze BerUjnse school opgevat als een historisch 'Willensverband',
dat de levende politieke krachten in een volk bundelt. De staat
grondt zich op de volkswil. Het gaat in de staat om de integratie of
samenbundeUng van 'alle poUtischen Lebenskrafte des Volksganzen
überhaupt.' Die integratie van de 'Lebensstrom' is behalve normloos
164
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1987
Publicaties VU-geschiedenis | 460 Pagina's