Bijzondere studenten - pagina 127
40 jaar studentenbeweging aan de Vrije Universiteit
RENé VAN DEN BERG
HOOFDSTUK 5: HET EINDE VAN DE POLITIEKE VAKBOND
HAAGSE MAATREGELEN
In dit hoofdstuk zal het beleid van de SRVU tussen 1974 en 1980 aan de orde
komen. De organisatie is grotendeels dezelfde als die in het voorafgaande hoofdstuk
beschreven is: de traditionele funktie van reduktieburo is goeddeels verdwenen, de
studentenbeweging is een politieke organisatie geworden en richt zich op de poUtie-
ke belangenbehju-tigjng. In de tweede helft van de jaren zeventig richt het beleid
van de studentenbeweging zich steeds vaker op de maatregelen die de overheid
loslaat op het Wetenschappehjk Onderwijs. In het voorgaande hoofdstuk is de
eerste aanzet naar deze ontwikkeling al geschetst. De behoefte van de overheid om
meer greep te krijgen op de universitaire instellingen leidt tot een skala van
maatregelen. De studentenbeweging moet hierop een antwoord formuleren.
Eind 1974 zijn de perikelen omtrent het kollegegeld zo'n beetje ten einde.
Wanneer we de aktiviteitenlijst van de SRVU bezien, valt de toenemende bemoeienis
met de herprogrammering op. Hier is in eerste instantie sprake van toenemende
bemoeienis maai niet van een uitgesproken beleid. Op het juni seminar van 1973
ontbreekt er nog een duidehjke strategie,^^ en ook een jaar later konkludeert de
SRVU dat de herstrukturering geen zelfstandige prioriteit heeft, maar in samenhang
met andere onderwij smaatregelen eils studentenstops, bezuinigingen op het aantal
personeelsplaatsen, en studieverzwaring bezien moet worden.^^ Pas in december
1974 wordt de herstrukturermg een officieel hoofdthema. De SRVU stelt: "na en
tijdens het december seminar van '74 werd de ali spontane korrektie overgekomen
wijziging omgezet in een bewuste korrektie: de herstrukturering is het speerpunt, de
massa-aktie geworden."^^ Ondanks het ontbreken van een duidelijk beleid lukt het
de studentenbeweging toch lang om de voorgestelde herstrukturering van het
Wetenschappelijk Onderwijs buiten de deur te houden.
De sodaal-demokraten en de herstrukturering
De eerste aanzetten vanuit Den Haag voor de herstrukturering wan het Wetenschap-
pelijk Onderwijs worden eigenüjk al gegeven in oktober 1968 met het verschijnen
van de nota Posthumus. In deze nota worden in hoofdlijnen drie voorstellen gedaan:
- vastlegging van de studieduur: een kursusduur van vier jaar met een maximale
inschrijvingsduur van zes jaar;
- een selektief propedeutisch examen in alle studierichtingen na het eerste jaar;
- voor een klein aantal studenten de mogelijkheid om na het doktoraal examen
verder te studeren als assistent-onderzoeker.
Deze voorstellen worden onder andere door het overHjden van regeringskommissaris
professor K. Posthumus op de lange baan geschoven. Met het aantreden van het
kabinet-Den Uyl wordt de herstruktureringsdiskussie weer aktueel. Staatssekreteiris
Klein, die belast is met het hoger onderwijs, wenst een spoedige agendering in de
Tweede Kamer.
De SRVU stelt een komitee in dat zich met deze problematiek bezig moet
houden. Een belangrijke taak van dat komitee is het analyseren van de aktuele
ontwikkelingen in de herstrukturering. Om meer inzicht te krijgen in de mogC'-
125
^L
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1989
Publicaties VU-geschiedenis | 228 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1989
Publicaties VU-geschiedenis | 228 Pagina's