Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Bijzondere studenten - pagina 69

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Bijzondere studenten - pagina 69

40 jaar studentenbeweging aan de Vrije Universiteit

3 minuten leestijd

overtuigd van de urgentie van de verwezenlijking van medezeggenschap van alle

geledingen binnen de universitaire structuren met betrekking tot het door de

universiteit te voeren beleid, zijn voornemens met spoed in overleg met deze

geledingen te zoeken naar een vorm voor de uitwerking van dat uitgangspunt met

inachtneming van de bijzondere aard en positie van de VU."^^

Zijn het CvD en het CvD opeens bekeerd en beloven zij in deze bekendmaking aan

de VU-bevoUdng beter? Waarschijnhjker is dat zij ten overstaan van de zeven-

honderd aanwezigen op een universiteitsvergadering op 19 mei 1969 noodgedwongen

een koncessie doen om, met het oog op de bezetting van het Maagdenhuis die op

dat moment in volle gang is, de studenten aan de VU rustig te houden. Van een

echte verandering in de houding van het CvD en het CvC is voorlopig geen sprake.

Een voorstel om een Stuurgroep in het leven te roepen, gedaan door het aktiekomi-

tee op bjisis van de diskussie in deze imiversiteitsvergadering, wordt door de

bestuurderen beantwoord met de opmerking dat zij niet aan de besluiten van de

vergadering gehouden zijn. De Gaay Fortman merkt op: "dit is slechts een vergade-

ring van minderheden". De weigerachtige houding dreigt de demokratisering te

frustreren en de door de minister gestelde dead-line komt in gevaar.

Hoe het CvC en het CvD werkelijk over studenteninspraak denken, kan geïllus-

treerd worden met een aantal uitspreiken van president-curator Meynen: "Een mens

kan niet meer geven dan hij heeft, met andere woorden: studenteninspraak kan niet

verder reiken, dan het inzicht dat de student zich kan verwerven over verschillende

aspekten van het universitaire beleid. Dus: over het ene aspekt kan hij wel meepra-

ten, over het andere niet." Waarna hij die aspekten vervolgens afbakent tot "een

oordeel geven over de didactische waarde van een docent of het aantal zitplaatsen

in een collegezaal." Hij vervolgt zijn betoog met:

"Studenteninspraak past echter niet, wanneer het zaken betreft als faculteits-

beleid, planning van het onderwijs; beurzenbeleid van de overheid; collegeld-zaken;

besluiten met betrekking tot een numerus-clausus. Aan een studentenorganisatie

staat niet een zodanig apparaat ter beschikking dat zij de mogelijkheden heeft

alles terdege na te gaan. Daarom is er te veel amateurisme om een gefundeerd

oordeel te vellen. Men neigt vaak meer tot het emotionele."^^^

SaUlant detail in deze is dat bijvoorbeeld de Directeuren, toch de bestuurders van

de universiteit, vaak minder bij de VU betrokken zijn, omdat zij deze funktie in

hun vrije tijd vervullen als een soort erebaan.

Door studenten af te schilderen als onmondig bewijst Meynen dat hij niet van

zins is de eis van inspraak voor studenten in zowel bestuurUjke als inhoudeüjke

zaken te honoreren. Dat hij met deze mening niet alleen staat, is studenten al

eerder gebleken. Als het 'OntwikkeUngsplan-VU 1969-1972' gepresenteerd wordt,

blijkt dat welgeteld vijf zinnen aan studenten worden gewijd. Volgens een kommen-

taar van de SRVU op dit rapport komen die zinnen erop neer dat studenten "hun

inbreng binnen de studieraad (kunnen) verwezenlijken." Dat studenten de in-

spraakmogelijkheden binnen de studieraden te gering vinden is al eerder gezegd;

voor studenten des te meer reden him eisen voor inspraak en medebeslissingsbe-

voegdheid nog maar eens te benadrukken.

Als we het citaat van Meynen letterUjk interpreteren, lijkt het alsof hij op één

Ujn staat met de ideeën van Maris en pleit voor een professioneel bestuursmodel,

maar dat is onwaarschijnlijk omdat hij bij een eerdere gelegenheid bHjk geeft

voorstander te zijn van handhaving van de status-quo, dus pleit voor een bestuurlij-

ke struktuur met drie toporganen. Deze claim rechtvaardigt hij door te wijzen op

het bijzondere karakter van de VU, waardoor er altijd plaats zal moeten zijn voor

een bestuiu-lijke post voor de Verenigingsleden.^^

67

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1989

Publicaties VU-geschiedenis | 228 Pagina's

Bijzondere studenten - pagina 69

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1989

Publicaties VU-geschiedenis | 228 Pagina's