Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Bijzondere studenten - pagina 29

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Bijzondere studenten - pagina 29

40 jaar studentenbeweging aan de Vrije Universiteit

3 minuten leestijd

Curatoren (CvC) en de Senaat, wordt de VU ook bestuurd door een College van

Directeuren (CvD), het bestuur van de Vereniging. Het CvD treft alle materiële

voorzieningen op het gebied van onderwijs en onderzoek. Bij de naleving van de

doelstelling oefent de Vereniging steeds een kontrolerende funktie uit, bij konflikten

dient zij niet zelden als verlengstuk van de bestuurders van de VU. Toch is het

duidelijk dat bijvoorbeeld als gevolg van de schaalvergroting binnen de universitaire

wereld en de verminderde afhankehjkheid van financiële steun uit gereformeerde

kring de universiteit en de Vereniging uit elkaar groeien. Desondanks zal blijken dat

de kolleges de machtspositie van de Vereniging bij gelegenheid tevoorschijn tovert

om maatregelen kracht bij te zetten.

Mede onder druk van genoemde schaalvergroting van de universitaire wereld en

een verdere ontzuiling van de maatschappij wordt de doelstelling, die door het we-

tenschappelijk personeel onderschreven dient te worden, aan het begin van de jaren

zestig onderwerp van kritiek. De Vereniging en de besturende kolleges van de VU

besluiten dan tot een minimale herziening van de doelstelling in 1962 en, wanneer

de kritiek niet verstomt, tot een iets verdergaande herziening in 1971, gebaseerd op

een wijziging in de grondslag van de Vereniging. De doelstelling luidt dan:

"De universiteit stelt zich ten doel, overeenkomstig de grondslag van de Vereni-

ging, al haar arbeid in gehoorzaamheid aan het Evangelie van Jezus Christus te

richten op het dienen van God en Zijn wereld. Van allen die tot de universitaire

gemeenschap behoren, wordt verwacht dat zij naar hun vermogen in de geest van

de doelstelling te werk gaan in het bestuur en beheer, de beoefening der weten-

schap, het onderwijs, de vorming der studenten, de onderlinge verhoudingen in de

universiteit en het persoonlijk en gemeenschappelijk optreden naar buiten.

Bij de instelling van de UR in 1972 blijkt dat een deel der studenten en een aantal

stafleden sdch kandidaat stellen zonder de doelstelling te ondertekenen, een vereiste

voor benoeming in een bestuursorgaan. Na de demokratiseringsbezetting van 1972

wordt djm besloten een kompromis te aanvaarden, de zogenaamde dan wel verkla-

ring, waarin men na ondertekening instemt met de doelstelling, dan wel naar

vermogen in de geest van de doelstelling te handelen.

De doelstelling heeft steeds een samenbindende funktie binnen de gereformeerde

wereld gehad maar met de ontzuiling van de maatschappij en de schaalvergroting

van de universitaire wereld lijkt toepassing ervEui steeds duidelijker achterhaald.

Toch blijft de doelstelling een bruikbaar instrument in handen van de machtseHte op

de VU. We zullen zien dat bij verschillende gelegenheden met de doelstelling

geschermd wordt en dat toepassing ervan konkreet wordt toegepast bij verschillende

benoemingen. Wanneer de politieke overtuiging van de kandidaat niet strookt met de

politieke konsensus op de VU, kunnen benoemingen met de doelstelling in de hand

voorkómen worden. Niet alleen bij benoemingen wordt de doelstelling gehanteerd,

maeu- ook bij het optreden naar buiten toe van VU-personeel bij politiek omstreden

aangelegenheden.

Operationalisering van de doelstelling heeft ook tot gevolg dat het benoemingsbe-

leid gericht is op een kleine groep gereformeerden, waardoor veel huisbenoemingen

en interne promoties plaatsvinden. De VU is daardoor decennia lang gedomineerd

door een relatief kleine kerngroep van gereformeerden, die gekenmerkt wordt door

oligarchie en familisme - de onderschikking van individuele belangen aan familiebe-

lemgen.^" Dit gegeven, gekombineerd met het hiërarchische bestuursmodel van de

universiteit is door studenten die zich tegen de bestaande struktuur verzetten vaak

gezien als een belemmering in hun emancipatiestreven en vormt in de strijd van

studenten een duidelijk kontrapunt, zoals we in de volgende hoofdstukken verschil-

lende malen zullen zien.

27

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1989

Publicaties VU-geschiedenis | 228 Pagina's

Bijzondere studenten - pagina 29

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1989

Publicaties VU-geschiedenis | 228 Pagina's