Bijzondere studenten - pagina 15
40 jaar studentenbeweging aan de Vrije Universiteit
HET EMANCIPATIESTREVEN VAN EEN SOCIALE BEWEGING
Definities van emancipatie variëren wat betreft de inhoud; in essentie baseren zij
zich op de historisch gegroeide ondergeschikte positie van de groepering, waartegen
de leden zich verzetten, met als uiteindeüjk doel te komen tot een geüjkstelling
binnen de maatschappij.
Deze uitgangspmiten worden het best verwoord door Hendriks, die een emancipa-
tiebeweging omschrijft als "een minoriteit die streeft naar gelijke kansen en moge-
lijkheden en aaai erkenning van haar gelijkwaardigheid".^
Een minoriteit is een subgroep die in de marge van de ssmienleving is te lokaH-
seren, geen macht heeft en op grond van een sociaal-ekonomische en maatschappe-
lijke positie achtergesteld wordt. Deze achterstelling wordt voor een deel opgelegd
door de dominant, een groepering die in de kern van de samenleving is te lokaHse-
ren, de machtsposities bezet en één of meerdere groeperingen achterstelt op irrele-
vante gronden, zoals het ontbreken van macht en op grond van een gegeven sociaal-
ekonomische en maatschappehjke positie. Het emancipatiestreven kan zich dus
ontwikkelen vanuit een bewustwordingsproces dat de leden van een minoriteit
doorlopen.
ONTWIKKELINGEN IN HET EMANCIPATIESTREVEN
Hendriks is op basis van onderzoek naar emancipatie van gereformeerden, katho-
lieken en arbeiders tot de konklusie gekomen dat een emancipatieproces geslaagd
genoemd kan worden wanneer een viertal fases zijn doorlopen. In het navolgende
onderzoek zuUen wij het emancipatiestreven van de studentenbeweging ook aan deze
fases toetsen.
De eerste fase is die der bewustwording en agitatie. De voornaamste kenmerken
van deze fase zijn dat de doelen betrekkeHjk vaag zijn en de verwachtingen hoog-
gespannen. Pogingen worden ondernomen om doelen te bereiken met behulp van
welwillende leden van de dominant en door middel van protest. De orgamsatie kent
een betrekkeUjk zwakke interne en externe integratie en men heeft een betrekkeUjk
positief zelfbeeld. Deze fase loopt uit in ontgoocheling.
Organisatie en konfrontatie volgen in de tweede fase. Als voornaamste kenmerken
noemt Hendriks de scherp geformuleerde doeleinden en realistischer verwachtingen.
De minoriteit onderneemt pogingen om doeleinden te bereiken door organisatie van
gelijkgezinden en door middel van machtsvorming. Er is in deze fase een sterke
interne integratie en een zwakke externe integratie en men heeft een extreem
positief zelfbeeld. Deze fase kan leiden tot het bereiken van één of meer doelen.
In de derde fase is de kern: bereikte doelen. Er is sprake van een verminderd
elan, er bestaat 'angst' voor desintegratie van de groep die kan leiden tot een
verdere vergroting van de interne integratie en een verdere verkleining van de
externe integratie.
In de vierde fase is sprake van een herintegratie in de maatschappij, met als
voornaamste kenmerken een afnemende interne integratie, een toenemende externe
integratie en een matiging in extreme beeldvorming.
De ontwikkeling van de fases, zoals we die hier geschetst hebben, hjkt te duiden
op een lineaire ontwikkeling in het emancipatiestreven die onvermijdehjk zal leiden
tot een geslaagde emancipatie van elke groep die dit nastreeft. In de praktijk is er
echter geen sprake van een dergeüjke lineaire ontwikkehng. Veel groepen blijven
schijnbaar steken in een bepaalde fase, zodat het soms hjkt alsof er geen vooruit-
13
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1989
Publicaties VU-geschiedenis | 228 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1989
Publicaties VU-geschiedenis | 228 Pagina's