Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Bijzondere studenten - pagina 16

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Bijzondere studenten - pagina 16

40 jaar studentenbeweging aan de Vrije Universiteit

3 minuten leestijd

gang in het proces zit. Het is zelfs vaak zo dat er sprake is van een terugval in

een eerdere fase. Wat dat betreft is het ook belangrijk op te merken dat de minori-

teit in haar emancipatiestreven wordt geremd door de dominant, die belang heeft bij

het handhaven van de status quo. Daar het emancipatiestreven van een bepaalde

maatschappelijke beweging moeilijk als een autonome kracht te beschouwen is, staat

deze beweging bloot aan een dergelijke repressieve invloed van buitenaf. Maatschap-

pelijke en politieke akseptatie is een voorwaarde, willen we een bepaalde fase als

geslaagd beschouwen.

Klandermans geeft een aeinvuUende verklaring voor een stokkend emancipatiepro-

ces vanuit het eigen karakter van een sociale beweging. Dit is volgens hem cyküsch

van aard, waarbij korte en lange cykli elkaar afwisselen. Kenmerkend voor beide

vormen is dat periodes vjm verhoogde aktiviteit altijd gevolgd worden door periodes

van verminderde aktiviteit, waardoor de beweging aan daadkracht inboet en terug-

valt op een kleine kern van aktivisten.* Op zo'n moment Ujkt de beweging vaak op

sterven na dood; dit kan echter een rustperiode tussen twee protestgolven zijn.

Het zal duidelijk zijn dat we in de navolgende studie deze emancipatietheorie en

haar fases zullen toetsen; hiertoe stellen we ons de vraag: "Is de studentenbeweging

een emancipatiebeweging, dan wel kan aan de studentenbeweging een emancipatie-

streven toegedicht worden? In hoeverre korrespondeert de geschiedenis van de

studentenbeweging aan de VU met de achtereenvolgende fases uit deze emancipatie-

theorie en kunnen we spreken van een suksesvol emancipatieproces Ln de veertig-

jarige geschiedenis van de SR VU ?"

MOBILISATIE VAN DE ACHTERBAN

Wanneer we over verminderde aktiviteit spreken, krijgen we direkt te mjiken met

het vermogen dan wel onvermogen van de beweging, of Uever gezegd de kern van

aktievoerders, de achterban te mobiüseren. Immers, ook al deelt een grote groep

potentiële aktievoerders het emancipatiestreven van de beweging, het mobiliseren

van de achterban blijkt slechts met wisselend sukses te realiseren. De eerste vorm

van mobüisatie, waarbij groepen gevormd worden die een positieve houding ajume-

men ten aanzien van de sociale beweging, en de aktiedoelen van de beweging aldus

legitimeren, wordt konsensusmobilisatie genoemd. Hoewel deze konsensusmobilisatie

zeer waardevol is, bijvoorbeeld wanneer men onderhandelt met de dominant of als

morele steun voor aktievoerders, blijkt het een onzekere faktor te vormen bij

akties. Er bestaat altijd een zeker verschil tussen konsensus- en aktiemobüisatie,

dat de aktievoerders proberen op te heffen door het gedrag van de achterban te

beïnvloeden. Om dit te bereiken kunnen zij appelleren aan drie kategorieën van

motieven: de eerste twee zijn de zogenoemde sociale en beloningsmotieven, die

direkt samenhangen met een eigen gedragskeuze die mogelijk gebaseerd is op de

reakties van anderen als vrienden en familie, ofwel op duidelijke persoonlijke voor-

en nadelen van keuzes die men maakt met het oog op het eigen en het kollektief

belang. Een derde motief betreft de kollektieve belangen. Zo kunnen mensen, die in

principe positief staan tegenover de doelen, toch besluiten niet mee te helpen aan

de realisering hiervan, spekulerend op de aktiebereidheid van anderen en in de

overtuiging dat men van het uiteindeUjke resultaat zal profiteren.^

Het sukses van de aktiemobüisatie hangt daarom in belangrijke mate af van de

beschikbaarheid en het gebruik van bestaande sociale netwerken. Die voorzien

namelijk in organisationele vereisten als leiderschap, kommunikatiemiddelen, materië-

14

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1989

Publicaties VU-geschiedenis | 228 Pagina's

Bijzondere studenten - pagina 16

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1989

Publicaties VU-geschiedenis | 228 Pagina's